Pass of stoppen van de bal bij het volleybal.
Onderhandse Techniek
De onderhandse techniek is de belangrijkste techniek die men dient te leren.
Bij nagenoeg alle spelsituaties vinden we de onderhandse techniek terug. Veelal zal hij gebruikt worden om de servicepass te leveren aan de spelverdeler ofwel de rallypass.
Bij de onderhandse techniek leg je de handen in elkaar en je strekt je armen volledig in de ellebogen, de onderarmen liggen indien mogelijk tegen elkaar.
Zet één voet voor de andere, zak iets door de knieën. Nog vóór het moment van spelen wijzen de armen horizontaal naar voren. Op het moment van spelen strek je beide benen en fixeer je licht de schouders, volg de bal enigszins bij het verliezen van het contact (sturen of brengen van de bal).
Ook bij het onderhands spelen is het van groot belang, van tevoren "ingedraaid" te zijn in de richting waarin je wilt spelen. Als trainer kun je hier nauwelijks genoeg op hameren.
Basis
Laag en op je voorvoeten!- Voeten uit elkaar, handen losjes boven de knieën met de palmen naar het plafond
- Voeten moeten op ongeveer schouder breedte staan
- Knieën zijn gebogen en de voeten staan iets naar binnen gericht, hierdoor ga je vanzelf op je voorvoeten staan
- Armen zijn ontspannen
- Hoofd voor de schouders, schouders voor de knie, knieën voor de voeten
- Handen zijn boven de knieën, en knieën zijn binnen de voeten
- Zorg er voor dat het lichaam stil staat op het moment dat je de bal gaat spelen
- Je speelt de bal alsof je achter de bal aangaat
- Je strekt je lichaam uit op het moment van spelen
- Ruim en aan het net
- Een pass moet ruimte en hoogte hebben, probeer de bal 6 meter hoog en 20-50 cm van het net te laten neer komen
- Dit geeft de spelverdeler tijd om onder de bal te komen.
Bovenhandse Techniek
Bij de bovenhandse techniek moeten de armen, ruim voordat de bal gespeeld wordt, vrijwel gestrekt boven je hoofd worden gebracht.
De handen liggen achterover en de duimen wijzen naar achteren (o.a. om duimblessures te voorkomen). Eén voet staat iets voor de andere.
Vlak voor de bal in je handen valt buig je beide benen en heel iets de ellebogen. Op moment van spelen strek je armen en benen en volg je de bal met je vingers.
Zorg ervoor dat je altijd "ingedraaid" staat, in de richting waarin je wilt spelen.
Basis
- Start op de voorvoeten met het gezicht in de richting waarin je wilt spelen
- Spreidt de vingers in de vorm van de bal boven het hoofd
- Vorm een driehoek met de duimen en de wijsvingers,de handen raken elkaar niet.
- Bij het spelen van de bal strekken van de armen en de benen.
Valkuilen
- Bal wordt gespeeld met de palmen
- Gezicht is gericht op waar de bal vandaan komt en niet waar de bal heen moet.
Aandachtspunten
- Handen vroeg klaar hebben
- Wacht op de bal totdat deze op 20-30 cm boven het voorhoofd is
- De bal is zichtbaar door de driehoek
- De handen hebben de vorm van de bal
- Het goede punt voor contact met de bal is vlak boven het voorhoofd (als de bal door de handen gaat komt deze op het voorhoofd resulterend in een goede kopbal)
- De bal wordt in een richting gespeeld
- De beweging stopt als de armen volledig uitgestrekt zijn
- De handen volgen de bal
- De bal wordt correct gespeeld als de bal, voorhoofd en heupen in een verticale lijn staan.

