De bal is in het spel vanaf het moment waarop hij, na toestemming van de eerste scheidsrechter, bij de opslag wordt geslagen

Vedo'70 spelregels omtrent het handelen binnen het volleybalspel. Bal uit, bal in, wanneer serveren, wat mag wel en niet aan het net

Zoeken op de site

Laatste update

05-09-2010 13:57

Spelhandelingen tijdens het volleyballen

8

 SITUATIES BIJ HET SPELEN

 

8.1

 

BAL IN HET SPEL
De bal is in het spel vanaf het moment waarop hij, na toestemming van de eerste scheidsrechter, bij de opslag wordt geslagen.
Commentaar:

  • Het is de fase in het spel, die begint door het fluitsignaal voor opslag door de eerste scheidsrechter en die eindigt door een fluitsignaal van de eerste of tweede scheidsrechter naar aanleiding van een gemaakte fout, een incident of iets dergelijks.

8.2

BAL UIT HET SPEL
De bal is uit het spel op het moment van de fout waarvoor een van de scheidsrechters fluit, dan wel, als er geen fout is gemaakt, op het moment van het fluitsignaal.

 

8.3

 

BAL  "in".
De bal is “in” als hij het speelveld, met inbegrip van de zijlijnen raakt.

 

8.4

8.4.1

8.4.2

8.4.3

 

 

 

8.4.4

 

8.4.5

 

BAL  "uit".
De bal is "uit" als: het deel van de bal, dat de grond raakt, geheel buiten de zijlijnen ligt; hij een voorwerp buiten het speelveld, het plafond of een persoon die niet van het spel deelneemt, raakt; hij een antenne, spandraden, paal of het net buiten de zijbanden raakt;
Commentaar:

    • De spandraden waarmee het net aan de paal vast zit, behoren niet tot het net. Als de bal buiten de zijbanden (9 meter)  het net of deze spandraden raakt is dat dus fout. Beide scheidsrechters dienen deze bal dan als “uit” af te fluiten, want de bal heeft dan een vreemd voorwerp geraakt. Indien een speler echter deze spandraden raakt (zonder dat het spel er door beïnvloed wordt), is dat niet fout.

hij het verticale vlak van het net geheel of zelfs gedeeltelijk buiten de passeerruimte passeert, behalve in het geval van regel 10.1.2. hij volledig onder het net door het vlak van het net passeert. Commentaar.

  • Er zijn zalen waar de verlichtingsarmaturen op enige afstand onder het plafond hangen, waardoor boven deze armaturen een donkere ruimte is. Als in een dergelijk of vergelijkbaar geval de bal uit het zicht van de scheidsrechter verdwijnt, waardoor deze niet meer kan beoor­delen of het plafond of een ander obstakel wordt geraakt, moet de scheidsrechter affluiten en dubbelfout geven.
  • Is de ruimte boven in de zaal echter redelijk verlicht en blijft een bal die over een balk o.i.d. gaat dus waarneembaar, dan is er voor de scheidsrechter geen reden het spel te onderbreken en dubbelfout te geven. Hij fluit dan uiteraard alleen als hij ziet dat de bal een obstakel raakt. Gaat de bal echter over een wat breder obstakel en verdwijnt daardoor even geheel uit het zicht van de scheidsrechter(s), dan kan er reden zijn dubbelfout te geven (ook regel 6.1.2.2).

9

SPELEN VAN DE BAL
Iedere ploeg moet, behalve in het geval van regel 10.1.2, in haar eigen speelveld en speelruimte de bal spelen. De bal mag echter ook vanuit de vrije zone van de tegenpartij worden teruggespeeld.

 

9.1

 

 

 

 

 

9.1.1

 

9.1.2

9.1.2.1

 

 

 

 9.1.2.2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 9.1.2.3

 

 

 

9.1.3

 

 

AANRAKING DOOR DE PLOEG
Een aanraking is ieder contact met de bal door een speler die aan het spel deelneemt. De ploeg mag de bal ten hoogste driemaal aanraken om deze terug te spelen. Het aanraken door een blok telt hierbij niet mee (regel 14.4.1). Als de bal vaker wordt aangeraakt, maakt de ploeg een fout: "viermaal spelen".
Commentaar:

  • Tot de aanrakingen door een ploeg worden niet  alleen de opzettelijk gemaakte, maak ook de onopzettelijk gemaakte aanrakingen gerekend.

Opeenvolgende aanrakingen Een speler mag, behalve in het geval van de regels  9.2.3 & 14.2 & 14.4.2, de bal niet tweemaal achter elkaar aanraken.

Gelijktijdig aanraken. Twee of drie spelers mogen de bal gelijktijdig aanraken. Indien twee of drie ploeggenoten de bal gelijktijdig aanraken, geldt dit, behalve bij het blokkeren, als twee dan wel drie aanrakingen. Als zij de bal proberen te spelen doch slechts één van hen raakt de bal, dan geldt dit slechts als één aanraking. Als spelers tegen elkaar aan lopen, is dat niet fout.
Commentaar:

  • Als twee spelers van dezelfde ploeg de bal gelijktijdig raken, heeft geen van hen het recht de bal direct daarna weer te spelen, uitgezonderd in het geval van een blokkering.

Als twee tegenstanders de bal boven het net gelijktijdig aanraken en de bal blijft in het spel, mag de ploeg aan wiens kant de bal komt weer drie maal spelen. Gaat een dergelijke bal uit, dan geldt dit als een fout van de ploeg aan de andere kant van het net.
Commentaar:

  • Indien bij een dergelijke actie een achterspeler betrokken is, is dat een fout van de achterspeler conform regel 13.3.3 & 14.6.2.
  • Indien na het gelijktijdig aanraken van de bal deze tegen een antenne komt, dient er dubbelfout gegeven te worden.
  • Als twee tegenstanders de bal die boven het net is, gelijktijdig aanraken, dan heeft diegene van deze spelers aan wiens kant van het net de bal komt, het recht de bal direct weer te spelen. Dit wordt dan de eerste maal spelen van zijn ploeg in de spelfase na het gelijktijdig aanraken.
  • Bij het hier vermelde gelijktijdig aanraken van de bal die boven het net is, is het niet van belang of de bal vanuit veld A of vanuit veld B op die plaats is gekomen. Anders gezegd: de vraag wie in een dergelijk geval als aanvaller en wie als verdediger zou moeten worden beschouwd, wordt als onbetwist beantwoordt. Als dit gelijktijdig aanraken van de bal geschiedt na driemaal spelen door een van de ploegen, dan ontstaat er een nieuwe situatie, waarbij weer driemaal gespeeld mag worden. De scheidsrechter mag niet voor viermaal       spelen door de ploeg affluiten.

Leidt het door twee tegenstanders gelijktijdig aanraken van de bal tot “vastgehouden bal” dan is dat een dubbelfout en wordt de rally overgespeeld.
Commentaar:

  • Indien bij een dergelijke actie een achterspeler betrokken is, is dat een fout van de achterspeler conform regel 13.3.3 & 14.6.2.

Hulp bij het spelen.
Een speler mag binnen de speelruimte geen hulp ontvangen van een medespeler, noch enig bouwsel of voorwerp gebruiken om de bal te kunnen spelen. Een speler die op het punt staat een fout te maken (aanraken van het net, over de middenlijn heen komen enz.) mag echter door een ploeggenoot worden tegengehou­den of teruggetrokken.
Commentaar:

  • Het verbod van hulp ontvangen, gebruik maken van een voorwerp o.i.d. bij het spelen van de bal geldt alleen voor de speelruimte, dus voor het speelveld plus de vrije zone èn bij het terughalen van een bal uit de vrije zone van de tegenpartij (regel 10.1.2).
  • Het is niet fout als op het moment van spelen de hand(en) op de grond steunt(en).
  • Voor het gebruik van de hulp van een medespeler of een voorwerp bij het spelen van de bal is er geen scheidsrechtersteken.
  • Daar de spelersbank buiten de vrije ruimte staat, is het te allen tijde mogelijk om de bal te spelen staande vanaf de eigen spelersbank.

9.2

9.2.1

9.2.2

 

9.2.3

9.2.3.1

 

9.2.3.2

AARD VAN DE AANRAKING

De bal mag ieder deel van het lichaam raken.

De bal mag niet gevangen of gegooid worden. De bal kan in elke richting terugkaatsen.

De bal mag meerdere delen van het lichaam aanraken, mits dit gelijktijdig gebeurt. Uitzonderingen hierbij zijn: Bij het blokkeren zijn opeenvolgende aanrakingen door één of meer blokkeerders toegestaan, mits deze aanrakingen tijdens één actie plaatsvinden. Bij het voor de eerste maal spelen door de ploeg mag de bal achtereenvolgens verschillende delen van het lichaam raken, mits deze contacten gedurende één actie plaatsvin­den.
Commentaar:

  • Onder "voor de eerste maal spelen door een ploeg" vallen de volgende spelsituaties:
    I      Opslag ontvangen.      
    II     Eerste pass na een aanval van de tegenstander. III    De bal die van het blok van de tegenstander komt.
    IV    De bal die van het eigen blok terugkomt.
  • Het gaat hierbij duidelijk over achtereenvolgende       aanrakingen tijdens dezelfde spelactie. Deze zijn       toegestaan, ook als de bal bovenhands met behulp van de vingers wordt gespeeld. Uitgesproken lang contact ten gevolge van vasthouden of dragen  is dus fout

9.3

 

 

9.3.1

 

 

 9.3.2

 

9.3.3

 

 

9.3.4

FOUTEN BIJ HET SPELEN VAN DE BAL
Commentaar:

  • Zie regel 22.2.1 (gelijktijdig fluiten door beide scheidsrechters voor verschillende fouten). 

VIERMAAL SPELEN: een ploeg speelt de bal viermaal alvorens deze over het net te spelen Commentaar.

  • Indien er voor de vierde maal een bal wordt gespeeld moet de tweede scheidsrechter dit aangeven met de hand voor zijn borst. Hij mag echter niet voor deze fout fluiten.

HULP BIJ HET SPELEN: een speler krijgt binnen de speelruimte hulp van een medespeler of gebruikt een bouwsel / voorwerp om de bal te kunnen spelen

VASTGEHOUDEN BAL: een speler vangt of gooit de bal; de bal weerkaatst niet. 
Commentaar.

  • Het als blok spelen van een bal afkomstig uit de eigen speelhelft naar de speelhelft van de tegenstander is niet toegestaan.

TWEEMAAL AANRAKEN: een speler raakt de bal tweemaal achter elkaar aan of de bal raakt achtereen­volgens meerdere delen van het lichaam aan (niet in één actie).

 

10

 

BAL BIJ HET NET

 

10.1

10.1.1

10.1.1.1 10.1.1.2
10.1.1.3

10.1.2

 

10.1.2.1 10.1.2.2

 

 

BAL PASSEERT HET NET

De bal die naar de tegenpartij wordt gespeeld moet binnen de passeerruimte over het net gaan. De passeerruimte is het deel van het verticale vlak boven het net dat als volgt wordt begrensd: aan de onderkant door de bovenkant van het net aan de zijkanten door de antennes en het denkbeeldig verlengde hiervan aan de bovenkant door het plafond.

De bal die het vlak van het net naar de vrije zone van de tegenpartij geheel of gedeeltelijk buiten de passeerruimte om is gepasseerd mag binnen het toegestane aantal aanrakingen  van de ploeg worden teruggespeeld mits: de speler het veld van de tegenpartij niet aanraakt de teruggespeelde bal het vlak van het net geheel of gedeeltelijk buiten de passeerruimte weer aan dezelfde kant van het veld passeert. De tegenpartij mag een dergelijke actie niet belemmeren.
Commentaar:

  • De bal mag teruggehaald worden uit de vrije zone van de tegenstander. Hij zal dan echter daar naar toe gespeeld moeten zijn, geheel of gedeeltelijk buiten de antenne om. De teruggespeelde bal dient ook geheel of gedeeltelijk buiten de antenne om teruggespeeld te worden naar het eigen veld.
  • Indien een speler de bal vanuit de vrije zone van de       tegenstander terugspeelt naar zijn eigen veld, mag hij dit uitsluitend doen vanuit de vrije zone. Hij mag wel staande in de vrije zone een bal spelen die zich boven de spelersbank bevindt. Het spelen van een bal die zich boven het speelveld van de tegenstander bevindt, is verboden.
  • Indien een tegenstander (ploeg A) staande in de vrije zone een speler hindert de bal te spelen, is deze speler fout en gaat de bal naar de ontvangende partij (ploeg B). Indien deze speler echter in zijn eigen veld staat, kan er nooit sprake zijn van hinderen. Dit geldt uitsluitend indien de speler buiten zijn eigen veld zich in de vrije zone bevindt.
  • De bal, die buiten de vrije zone van het eigen speelveld is gekomen, mag naar dat speelveld worden teruggespeeld. Speelt een medespeler hem daarna            (binnen de mogelijkheden van drie maal spelen door de ploeg) over het net, dan is dat uiteraard goed. Gaat de bal binnen de antennes of hun verlengde rechtstreeks over het net, dan is er ook geen fout begaan. Gaat de bal echter over of buiten een antenne om over het net of uit, dan is de spelactie dáárom fout.
  • Indien een tegenstander in de vrije zone de bal vangt ofraakt, dient als volgt te worden gehandeld:
    • indien geen enkele speler de bal tracht "te redden", dan mag de bal gewoon worden gevangen of geraakt zonder dat hierbij een fout wordt gemaakt. De gemaakte speelfout is dus "bal uit" en de "vangende" partij wint de rally.
    • Indien een speler wel tracht deze bal te redden, dan is de gemaakte fout "bal aangeraakt" door de "vangende partij".
  • Zie ook commentaar regel 5.2.3.4

10.2

BAL RAAKT HET NET
De bal mag, terwijl hij over het net gaat, het net raken.

 

10.3

10.3.1

 

 

 

10.3.2

 

BAL IN HET NET

De bal die in het net wordt gespeeld, mag binnen de mogelijkheid van driemaal aanraken door de ploeg weer worden gespeeld.
Commentaar:

  • Regel 8.4 geeft aan dat een bal die het net buiten de zijbanden raakt, fout is. Regel 10.3.1 heeft dus alleen betrekking op een bal die het net op of binnen de zijbanden raakt.

Indien door de bal de mazen van het net stuk gaan of het net naar beneden komt, wordt de rally ongeldig verklaard en overgespeeld.

 

11

 

SPELER BIJ HET NET

 

11.1

 

 

11.1.1

 

 

 

 

11.1.2

 

 

OVER HET NET HEEN REIKEN
Commentaar:

  • Blokkeren van een bal (volgens de situatie van regel 10.1.2) buiten de antenne is fout.

Bij het blokkeren mag de blokkeerder de bal over het net heen aanraken, mits hij de tegenstander voor of tijdens diens aanvalsslag niet hindert. Commentaar.

  • Een speler van ploeg A en een speler van ploeg B raken de bal gelijktijdig aan. De speler van ploeg A komt hierbij met zijn hand(en) over het net boven het veld van ploeg B. De speler van ploeg A maakt dan een fout.

Na een aanvalsslag mag een speler met zijn hand over het net komen, mits het contact met de bal in zijn eigen speelruimte heeft plaatsgevonden.
Commentaar.

  • Indien tijdens een aanvalsslag een deel van de hand (bijv. de pols) de bal aan de eigen kant van het net raakt, maar een ander deel van de hand (bijv. de vingers) over het net heen de bal raakt, is dat fout.

11.2

11.2.1

 

 

 

 

 

 

11.2.2

11.2.2.1

 

 

 

 
11.2.2.2

 
11.2.3

 

 

 

 

 

 

11.2.4

ONDER HET NET DOORKOMEN

Het is toegestaan onder het net door in de ruimte van de tegenpartij te komen, mits die ploeg hierbij niet in haar spel wordt gehinderd.Commentaar.

  • Komt een speler van ploeg A op de middenlijn met een voet in contact met (trappen op, stoten tegen) een voet van een speler van ploeg B, dan is dat slechts fout als dit, naar de mening van de scheidsrechter, met opzet geschiedt. Een aanraking per ongeluk moet dus niet worden afgefloten. Een en ander geldt ook als een aanvaller en een blokkeerder bij het neerkomen op de middenlijn elkaars voet(en) raken, dan wel als bij het doorveren de knieën van betrokkenen elkaar boven de middenlijn raken

Over de middenlijn heen het veld van de tegenpartij aanraken:

Het aanraken van het veld van de tegenpartij met één of beide voet(en) dan wel hand(en) is toegestaan, mits hierbij een deel van deze voet(en) of hand(en) in contact c.q. de projectie ervan boven de middenlijn blijft.
Commentaar:

  • Het raken van het veld van de tegenstander is echter       verboden indien de situatie, zoals beschreven in 11.2.2.1 gebeurt óp of direct bóven het verlengde van de middellijn en dient de tweede scheidsrechter hiervoor te fluiten.

Het aanraken van het veld van de tegenpartij met enig ander lichaamsdeel is verboden.

Een speler mag op het veld van de tegenpartij komen nadat de bal uit het spel is. Commentaar:

  • Komen op het veld van de tegenstander om de wedstrijdbal op te halen, is niet hetzelfde als het aanraken van het speelveld van de tegenpartij tijdens of na een rally.
  • Als het spel dood is en ploeg A moet gaan serveren, maar de bal is nog op de speelhelft van ploeg B, dan moet deze ploeg de bal op de snelst mogelijke wijze ter beschikking van ploeg A stellen. Het is een speler van ploeg A niet toegestaan de bal van een speler van ploeg B af te pakken, of de bal in, naast of achter het veld van ploeg B te gaan ophalen. Iedereen blijft dus in principe op de eigen speelhelft. Bij het drie-ballen-systeem moet de bal zo snel mogelijk over de dichtstbijzijnde zijlijn worden gerold.

Spelers mogen in de vrije zone van de tegenpartij komen, mits deze hierbij niet in haar spel wordt gehinderd. Commentaar.

  • Indien in geval van regel 10.1.2 de bal buiten de passeerzone naar het veld van de tegenstander is gespeeld, mag de speler volgens regel 11.2.1. onder het net door naar de vrije zone van de tegenstander gaan, zonder het veld van de tegenstander aan te raken. Indien hier echter de voorvoet het veld van de tegenstander raakt, is er bij doorlopen naar de vrije zone van de tegenstander geen projectie van de voet boven de middenlijn en is de actie dus fout ten gevolge van regel 11.4.3

11.3

11.3.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

11.3.2

 

11.3.3

AANRAKEN VAN HET NET

Het aanraken van het net of de antenne is niet fout, tenzij de speler het net of de antenne aanraakt tijdens het spelen van de bal of het aanraken het spel beïnvloedt. Sommige speelacties zijn acties waarbij de speler de bal niet echt aanraakt. Commentaar.

  • Het aanraken van het net is niet fout als dat (ongeacht de plaats van de bal) onopzettelijk gebeurt door iemand die op dat moment de bal niet speelt of probeert te spelen. Onder het (proberen te) spelen van de bal vallen hierbij de aanloop, het opspringen, de aanval- / blok- / passbeweging zelf en het neerkomen tot stabiele stand. Staat die speler weer op de grond en raakt hij bij het in beweging komen om een andere positie in te nemen (behalve als dit bedoeld is om de bal direct weer te spelen) onopzettelijk het net aan, dan is dit dus niet fout.
  • Indien de fout gemaakt wordt door een speler die in het net wordt geduwd door een medeaanvaller tijdens diens aanvalsslag, behoort deze speler tot de actie van de aanvalsslag en is de netaanraking wel fout.
  • Het uitvoeren van een schijnaanval (blok) wordt gelijkgesteld met het pogen de bal te spelen.
  • Het aanraken van het net na het fluitsignaal voor opslag, maar nog voor deze opslag daadwerkelijk is uitgevoerd, is niet fout.
  • Indien een speler ten gevolge van frustratie hard aan het net trekt tijdens of na een rally, dient de scheidsrechter twee zaken te onderscheiden:
    • indien deze handeling gericht is op zichzelf of op zijn medespelers, dient deze actie volgens regel 21.1. bestraft te worden met een waarschuwing (verbaal);
    • indien deze actie gericht is om ofwel de scheidsrechter te misleiden, ofwel ongenoegen uit te drukken met een scheidsrechterlijke beslissing, dient deze actie bestraft te worden conform regel 21.2.1 (gele kaart).

Na de bal te hebben gespeeld mag de speler de paal, de spandraad of elk ander voorwerp buiten de gehele lengte van het net aanraken, mits dit het spel niet beïnvloedt.

Het is niet fout wanneer een bal in het net wordt gespeeld en het  net daardoor een speler van de tegenpartij raakt.
Commentaar:

  • Indien een speler voor het net staat op het moment dat de tegenstander de bal in het net speelt, is het aanraken van het net niet fout als de speler passief blijft. Als de speler enige actieve beweging maakt met zijn lichaam of met zijn handen (naar de bal toe of parallel aan het net) en het net raakt vervolgens de speler omdat de tegenstander de bal in het net speelt, dan is het aanraken van het net wél fout, omdat de tegenstander actief wordt gehinderd in het nog kunnen spelen van de bal. De scheidsrechter moet in dit geval fluiten voor netfout.

11.4

11.4.1

 

11.4.2

 

11.4.3

 

11.4.4

FOUTEN VAN EEN SPELER BIJ HET NET

HINDEREN:
een speler raakt de bal of een tegenstander aan
in de ruimte van de tegenstander voor of tijdens diens aanvalsslag.

ONDER HET NET DOORKOMEN:
een speler komt onder het
net door in de ruimte van de tegenpartij en hindert deze daarbij in haar spel .

AANRAKEN VAN HET SPEELVELD:
een speler raakt over de
middenlijn heen het speelveld van de tegenpartij aan.

NET OF ANTENNE AANRAKEN:
een speler raakt het net of de
antenne bij het spelen van de bal of het aanraken beïnvloedt het spel. Commentaar.

  • Als een speler na het uitvoeren van een aanvalsslag met de hand over het net komt, waarbij hij een tegenstander raakt, moet dat alleen als fout worden aangemerkt als er opzet tot hinderen in het spel is.
  • “Het spel beïnvloeden" houdt meer in dan het daadwerkelijk aanraken van een speler van de tegenpartij. Schrikt een tegenstander blijkbaar, of maakt hij een ontwijkende beweging om aanraking met die onder het net doorkomende hand of voet, dan wel met die over een hoek van het veld onder het net doorspringende speler te voorkomen, dan kan dit (ter beoordeling van de eerste of tweede scheidsrechter) als een fout worden aangemerkt ( regels 11.3.3 en 11.4.2).
  • Komt een speler bij het neerkomen met een deel van de voet over de middenlijn op de grond en daar in aanraking met een voet van de tegenstander, dan is dat fout mits deze speler zich geheel op de eigen speelhelft bevindt en hij daar, ter       beoordeling van de scheidsrechter, hinder van ondervindt. (zie ook het commentaar bij regel 11.2.1) 

12

OPSLAG

De opslag is het in het spel brengen van de bal door de rechtsachterspeler, die zich in de opslagzone bevindt.
Commentaar:

  • Het loslaten en raken van de bal wordt gezien als een actie door één en dezelfde speler. 

12.1

12.1.1

 

12.1.2

EERSTE OPSLAG IN EEN SET

De eerste opslag in de eerste set en in de beslissende vijfde set wordt uitgevoerd door de ploeg die bij de toss het recht van opslag heeft gekregen.

De andere sets beginnen met de opslag van de ploeg die in de voorgaande set niet is begonnen.

 

12.2

12.2.1

 

12.2.2

12.2.2.1

12.2.2.2

 

OPSLAGVOLGORDE

De spelers moeten de opslagvolgorde, zoals deze op het opstellingsbriefje staat, aanhouden.

Na de eerste opslag in een set wordt de speler die aan de beurt is om op te slaan als volgt bepaald: indien de ploeg die de opslag heeft de rally wint, slaat de speler die tevoren heeft opgeslagen (of zijn vervanger) wederom op; indien de ontvangende ploeg de rally wint, krijgt  deze het recht van opslag en draait door. De speler die van de rechtsvoorplaats op de rechtsachterplaats komt, moet de opslag nemen.

 

12.3

 

TOESTEMMING VOOR DE OPSLAG
De eerste scheidsrechter geeft toestemming voor de opslag nadat hij gecontroleerd heeft dat de beide ploegen speelklaar staan opgesteld en dat de serveerder de bal heeft.
Commentaar:

  • Indien de serveerder niet op normale wijze naar de opslagzone komt of de bal die hem toegegooid wordt door de ballenjongen niet accepteert, kan de ploeg daarvoor een maatregel voor spelophouden krijgen
  • Het wandelen met de bal voor het fluitsignaal om te serveren naar de andere zijde van de opslagzone kan aangemerkt worden als spelophouden. Het is raadzamer de bal door een andere speler dan de serveerder toe te laten werpen cq dan pas de bal aan een ballenjongen te vragen als de serveerder speelklaar staat.
  • Als een speler voor het fluitsignaal de bal opgooit, voor het moment dat er gefloten is, dient de scheidsrechter dubbelfout te geven en de opslag over te laten nemen.

 

12.4

 

 

 

 

 

 
12.4.1

 

 

 

12.4.2

 

 

 

 

 
12.4.3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
12.4.4

 
12.4.5

 

UITVOEREN VAN DE OPSLAG
Commentaar.

  • Uitspraak naar aanleiding van een bijzondere zaalsituatie: raakt de bal na te zijn opgegooid een obstakel, dan is er toch sprake van een geldige opslag. Dit betekent:
    • valt de bal op de grond zonder door de serveerder te zijn aangeraakt dat geldt dit als opslag en het recht van opslag gaat over naar de tegenpartij
    • vangt de serveerder de bal op of raakt hij de bal anderszins aan, dan is dat een opslagfout en gaat het recht van opslag over naar de andere ploeg
    • slaat de serveerder de bal correct over het net, dan is dat een geldige opslag.

De bal moet met één hand of een deel van de arm worden geslagen, na te zijn opgegooid of uit de hand(en) is losgelaten.
Commentaar:

  • Uit de hand serveren (d.w.z. de bal is op het moment van raken niet vrij van de hand) is fout. Als de scheidsrechter ziet dat dit gebeurt, moet hij voor opslagfout fluiten (teken 10).

De bal mag slechts éénmaal worden opgegooid om te serveren. Stuiteren van de bal of de bal bewegen in de handen is toegestaan.
Commentaar:

  • Als de speler aan opslag de bal heeft opgegooid om te gaan       opslaan, ongeacht wat er daarna gebeurt, omdat een andere speler zou moeten hebben gaan opslaan of omdat hij (de verkeerde speler aan opslag) de bal weer opvangt, wordt dit tóch beschouwd als een opslagpoging en daarmee maakt deze speler dus een opslagfout.

Op het moment van slaan van de bal of van afzetten voor een sprongopslag mag de serveerder noch het speelveld (inclusief de achterlijn) noch de vloer buiten de opslagzone raken. Na het slaan van de bal mag hij in het achterveld of buiten de opslagzone stappen of neerkomen. Commentaar.

  • De eerste scheidsrechter mag het fluitsignaal voor opslag ook geven als de serveerder (met bal) zich buiten de opslagzone bevindt. Er mag ook van buiten de vrije zone aangelopen worden. Het is denkbaar dat de vrije ruimte minimaal is en begrensd wordt door een achter / naast het veld liggende loper. De opslagpoging mag van hieruit worden gestart indien de vrije zone niet voldoet aan de minimale eisen (3m) van de spelregels. De serveerder mag dus van buiten de opslagzone aanlopen, mits de serveerder op moment van toestemming voor de opslag geheel zichtbaar is voor alle spelers van de ontvangende ploeg en de scheidsrechter. Op het moment van raken van de bal of van afzetten voor een sprongopslag mag de serveerder echter noch het speelveld of de achterlijn, noch de vloer buiten de opslagzone aanraken.
  • Zie regel 1.4.2 (diepte opslagzone).
  • De serveerder mag bij de opslag de bal boven het speelveld raken en bij het beëindigen van de actie op of over de achterlijn neerkomen, als de opslag maar achter de achterlijn is ingezet.
  • Zie regel 1.4.2 (opslag niet vanaf los liggende loper nemen).
  • In de jeugd-C competitie ligt de serveerlijn op 7m van de middenlijn. De spelers moeten hierbij de service uitvoeren tussen de 7 en de 9-meterlijn. Aanlopen mag wel buiten deze zone.
  • Elke actie, ter beoordeling van de eerste scheidsrechter, bedoeld om de bal in het spel te brengen, is een opslag. Een fout, gemaakt bij een opslag, wordt met het betreffende teken aangegeven:
    • valt de bal op de grond na te zijn losgelaten of geraakt door de serveerder, wordt het "in"-teken (teken 14) cq. "uit"-teken (teken 15) gegeven
    • raakt de bal, na de opslag door de serveerder, een andere speler van zijn ploeg, wordt deze actie afgefloten en dit met het teken "touché" (teken 24) aangegeven.

De serveerder moet de bal binnen acht seconden na het fluitsignaal voor opslag van de eerste scheidsrechter raken.

De opslag die vóór het fluitsignaal van de eerste scheidsrechter wordt uitgevoerd, moet ongeldig worden verklaard en opnieuw worden genomen.

 

12.5

12.5.1

 

12.5.2

 

SCHERMEN

De spelers van de ploeg aan opslag mogen de serveerder of de baan van de bal niet door een individueel of groepsscherm aan het zicht van de tegenpartij onttrekken.

Een speler of groep spelers van de ploeg aan opslag maakt een scherm door op het moment van de opslag de armen te bewegen, te springen, zich zijdelings te  bewegen enz. tijdens het uitvoeren van de opslag of bij elkaar te gaan staan om de baan van de bal aan het zicht te onttrekken.

 

12.6

12.6.1

 

12.6.1.1 12.6.1.2

 

 

 

 

 

 

 

 


12.6.2

12.6.2.1

12.6.2.2 12.6.2.3

 

FOUTEN TIJDENS / BIJ DE OPSLAG

Opslagfouten. Zelfs als de tegenpartij een opstellingsfout maakt, leiden de volgende fouten tot opslagwisseling. De serveerder: houdt de opslagvolgorde niet aan voert de opslag niet op de juiste manier uit
Commentaar:

  • Een rally is elke fase in het spel die begint door het fluitsignaal voor opslag van de eerste scheidsrechter en die eindigt door een fluitsignaal van de eerste of tweede scheidsrechter. Of de bal hierbij het net éénmaal, meerdere malen of niet passeert doet, dus niet ter zake. Elke opslag valt derhalve binnen de rally. Een opslagfout is dus een fout die tijdens een rally wordt gemaakt en wordt bestraft met het verlies van die rally (regel 6.1.2). Dit houdt onder meer is, dat een opslagfout niet alleen leidt tot   overgang van het recht van opslag naar de tegenpartij, maar ook tot een punt voor de tegenpartij. Het overschrijden van de 8-seconden-regel valt als opslagfout eveneens onder deze gang van zaken. Een uitzondering vormt de opslag die vóór het fluitsignaal voor opslag wordt genomen. Het enige gevolg van deze opslagfout is: opslag opnieuw nemen.
  • Staat de serverende ploeg in een foute opslagvolgorde (regel 12.2) en maakt de andere ploeg een opstellingsfout (regel 7.5.1), dan wordt dit de serverende ploeg als fout aangerekend. Dus geen dubbelfout geven. Maken beide ploegen op het moment van de opslag een opstellingsfout, dan resulteert dat in een dubbelfout(regel 7.5.4).

Fouten na het slaan van de bal bij de opslag. Nadat de bal correct is geslagen, wordt de opslag, tenzij een speler een opstellingsfout maakt, toch als fout aangemerkt als de bal: een speler van de ploeg aan opslag raakt of het verticale vlak van het net niet passeert; “uit” gaat; over een scherm gaat. Commentaar.

  • Ploeg A serveert. Ploeg B maakt een opstellingsfout. De bal gaat na de opslag over een scherm heen. In een dergelijk geval maakt B de fout. De opstellingsfout wordt immers gemaakt op het moment dat de serveerder de bal raakt, terwijl de schermfout plaats vindt op het moment dat de bal na de opslag over het scherm gaat

12.7

12.7.1

 

 

12.7.2

 

FOUTEN NA DE OPSLAG EN OPSTELLINGSFOUTEN

Als de serveerder een fout maakt op het moment van de opslag (foute uitvoering, onjuiste opslagvolgorde, enz.) en de tegenpartij een opstellingsfout maakt, wordt de opslagfout als zodanig bestraft.

Als daarentegen de opslag juist is uitgevoerd, maar daarna een fout wordt gemaakt (bijv. "uit" gaat, wordt geschermd enz.) wordt de opstellingsfout aangemerkt als eerste te zijn gemaakt en als zodanig bestraft.

 

13

 

AANVALSSLAG

 

13.1

13.1.1

 

 

 

13.1.2

 

13.1.3

 

AANVALSSLAG

Met uitzondering van de opslag en het blok worden alle handelingen die de bal naar het veld van de tegenpartij doen gaan, als aanvalsslag aangemerkt.
Commentaar:

  • De bal uit de opslag mag niet worden aangevallen. De positie van de bal is in dit opzicht belangrijk (in de voorzone en volledig boven het net), niet de positie van de speler.

Bij een aanvalsslag mag de bal met de vingertoppen worden “geplaatst”, mits de aanraking kort is en de bal niet wordt gevangen of gegooid.

Een aanvalsslag is voltooid zodra de bal het verticale vlak van het net geheel is gepasseerd of door een tegenstander wordt aangeraakt.