Spelhandelingen tijdens het volleyballen
|
8 |
SITUATIES BIJ HET SPELEN |
|
8.1 |
BAL IN HET SPEL
|
|
8.2 |
BAL UIT HET SPEL |
|
8.3 |
BAL "in". |
|
8.4 8.4.1 8.4.2 8.4.3
8.4.4
8.4.5 |
BAL "uit".
hij het verticale vlak van het net geheel of zelfs gedeeltelijk buiten de passeerruimte passeert, behalve in het geval van regel 10.1.2. hij volledig onder het net door het vlak van het net passeert. Commentaar.
|
|
9 |
SPELEN VAN DE BAL |
|
9.1
9.1.1
9.1.2 9.1.2.1
9.1.2.2
9.1.2.3
9.1.3
|
AANRAKING DOOR DE PLOEG
Opeenvolgende aanrakingen Een speler mag, behalve in het geval van de regels 9.2.3 & 14.2 & 14.4.2, de bal niet tweemaal achter elkaar aanraken. Gelijktijdig aanraken. Twee of drie spelers mogen de bal gelijktijdig aanraken. Indien twee of drie ploeggenoten de bal gelijktijdig aanraken, geldt dit, behalve bij het blokkeren, als twee dan wel drie aanrakingen. Als zij de bal proberen te spelen doch slechts één van hen raakt de bal, dan geldt dit slechts als één aanraking. Als spelers tegen elkaar aan lopen, is dat niet fout.
Als twee tegenstanders de bal boven het net gelijktijdig aanraken en de bal blijft in het spel, mag de ploeg aan wiens kant de bal komt weer drie maal spelen. Gaat een dergelijke bal uit, dan geldt dit als een fout van de ploeg aan de andere kant van het net.
Leidt het door twee tegenstanders gelijktijdig aanraken van de bal tot “vastgehouden bal” dan is dat een dubbelfout en wordt de rally overgespeeld.
Hulp bij het spelen.
|
|
9.2 9.2.1 9.2.2
9.2.3 9.2.3.1
9.2.3.2 |
AARD VAN DE AANRAKING De bal mag ieder deel van het lichaam raken. De bal mag niet gevangen of gegooid worden. De bal kan in elke richting terugkaatsen. De bal mag meerdere delen van het lichaam aanraken, mits dit gelijktijdig gebeurt. Uitzonderingen hierbij zijn: Bij het blokkeren zijn opeenvolgende aanrakingen door één of meer blokkeerders toegestaan, mits deze aanrakingen tijdens één actie plaatsvinden. Bij het voor de eerste maal spelen door de ploeg mag de bal achtereenvolgens verschillende delen van het lichaam raken, mits deze contacten gedurende één actie plaatsvinden.
|
|
9.3
9.3.1
9.3.2
9.3.3
9.3.4 |
FOUTEN BIJ HET SPELEN VAN DE BAL
VIERMAAL SPELEN: een ploeg speelt de bal viermaal alvorens deze over het net te spelen Commentaar.
HULP BIJ HET SPELEN: een speler krijgt binnen de speelruimte hulp van een medespeler of gebruikt een bouwsel / voorwerp om de bal te kunnen spelen VASTGEHOUDEN BAL: een speler vangt of gooit de bal; de bal weerkaatst niet.
TWEEMAAL AANRAKEN: een speler raakt de bal tweemaal achter elkaar aan of de bal raakt achtereenvolgens meerdere delen van het lichaam aan (niet in één actie). |
|
10 |
BAL BIJ HET NET |
|
10.1 10.1.1 10.1.1.1 10.1.1.2 10.1.2
10.1.2.1 10.1.2.2
|
BAL PASSEERT HET NET De bal die naar de tegenpartij wordt gespeeld moet binnen de passeerruimte over het net gaan. De passeerruimte is het deel van het verticale vlak boven het net dat als volgt wordt begrensd: aan de onderkant door de bovenkant van het net aan de zijkanten door de antennes en het denkbeeldig verlengde hiervan aan de bovenkant door het plafond. De bal die het vlak van het net naar de vrije zone van de tegenpartij geheel of gedeeltelijk buiten de passeerruimte om is gepasseerd mag binnen het toegestane aantal aanrakingen van de ploeg worden teruggespeeld mits: de speler het veld van de tegenpartij niet aanraakt de teruggespeelde bal het vlak van het net geheel of gedeeltelijk buiten de passeerruimte weer aan dezelfde kant van het veld passeert. De tegenpartij mag een dergelijke actie niet belemmeren.
|
|
10.2 |
BAL RAAKT HET NET |
|
10.3 10.3.1
10.3.2 |
BAL IN HET NET De bal die in het net wordt gespeeld, mag binnen de mogelijkheid van driemaal aanraken door de ploeg weer worden gespeeld.
Indien door de bal de mazen van het net stuk gaan of het net naar beneden komt, wordt de rally ongeldig verklaard en overgespeeld. |
|
11 |
SPELER BIJ HET NET |
|
11.1
11.1.1
11.1.2
|
OVER HET NET HEEN REIKEN
Bij het blokkeren mag de blokkeerder de bal over het net heen aanraken, mits hij de tegenstander voor of tijdens diens aanvalsslag niet hindert. Commentaar.
Na een aanvalsslag mag een speler met zijn hand over het net komen, mits het contact met de bal in zijn eigen speelruimte heeft plaatsgevonden.
|
|
11.2 11.2.1
11.2.2 11.2.2.1
|
ONDER HET NET DOORKOMEN Het is toegestaan onder het net door in de ruimte van de tegenpartij te komen, mits die ploeg hierbij niet in haar spel wordt gehinderd.Commentaar.
Over de middenlijn heen het veld van de tegenpartij aanraken: Het aanraken van het veld van de tegenpartij met één of beide voet(en) dan wel hand(en) is toegestaan, mits hierbij een deel van deze voet(en) of hand(en) in contact c.q. de projectie ervan boven de middenlijn blijft.
Het aanraken van het veld van de tegenpartij met enig ander lichaamsdeel is verboden. Een speler mag op het veld van de tegenpartij komen nadat de bal uit het spel is. Commentaar:
Spelers mogen in de vrije zone van de tegenpartij komen, mits deze hierbij niet in haar spel wordt gehinderd. Commentaar.
|
|
11.3 11.3.1
11.3.2
11.3.3 |
AANRAKEN VAN HET NET Het aanraken van het net of de antenne is niet fout, tenzij de speler het net of de antenne aanraakt tijdens het spelen van de bal of het aanraken het spel beïnvloedt. Sommige speelacties zijn acties waarbij de speler de bal niet echt aanraakt. Commentaar.
Na de bal te hebben gespeeld mag de speler de paal, de spandraad of elk ander voorwerp buiten de gehele lengte van het net aanraken, mits dit het spel niet beïnvloedt. Het is niet fout wanneer een bal in het net wordt gespeeld en het net daardoor een speler van de tegenpartij raakt.
|
|
11.4 11.4.1
11.4.2
11.4.3
11.4.4 |
FOUTEN VAN EEN SPELER BIJ HET NET HINDEREN: ONDER HET NET DOORKOMEN: AANRAKEN VAN HET SPEELVELD: NET OF ANTENNE AANRAKEN:
|
|
12 |
OPSLAG De opslag is het in het spel brengen van de bal door de rechtsachterspeler, die zich in de opslagzone bevindt.
|
|
12.1 12.1.1
12.1.2 |
EERSTE OPSLAG IN EEN SET De eerste opslag in de eerste set en in de beslissende vijfde set wordt uitgevoerd door de ploeg die bij de toss het recht van opslag heeft gekregen. De andere sets beginnen met de opslag van de ploeg die in de voorgaande set niet is begonnen. |
|
12.2 12.2.1
12.2.2 12.2.2.1 12.2.2.2 |
OPSLAGVOLGORDE De spelers moeten de opslagvolgorde, zoals deze op het opstellingsbriefje staat, aanhouden. Na de eerste opslag in een set wordt de speler die aan de beurt is om op te slaan als volgt bepaald: indien de ploeg die de opslag heeft de rally wint, slaat de speler die tevoren heeft opgeslagen (of zijn vervanger) wederom op; indien de ontvangende ploeg de rally wint, krijgt deze het recht van opslag en draait door. De speler die van de rechtsvoorplaats op de rechtsachterplaats komt, moet de opslag nemen. |
|
12.3 |
TOESTEMMING VOOR DE OPSLAG
|
|
12.4
12.4.2
|
UITVOEREN VAN DE OPSLAG
De bal moet met één hand of een deel van de arm worden geslagen, na te zijn opgegooid of uit de hand(en) is losgelaten.
De bal mag slechts éénmaal worden opgegooid om te serveren. Stuiteren van de bal of de bal bewegen in de handen is toegestaan.
Op het moment van slaan van de bal of van afzetten voor een sprongopslag mag de serveerder noch het speelveld (inclusief de achterlijn) noch de vloer buiten de opslagzone raken. Na het slaan van de bal mag hij in het achterveld of buiten de opslagzone stappen of neerkomen. Commentaar.
De serveerder moet de bal binnen acht seconden na het fluitsignaal voor opslag van de eerste scheidsrechter raken. De opslag die vóór het fluitsignaal van de eerste scheidsrechter wordt uitgevoerd, moet ongeldig worden verklaard en opnieuw worden genomen. |
|
12.5 12.5.1
12.5.2 |
SCHERMEN De spelers van de ploeg aan opslag mogen de serveerder of de baan van de bal niet door een individueel of groepsscherm aan het zicht van de tegenpartij onttrekken. Een speler of groep spelers van de ploeg aan opslag maakt een scherm door op het moment van de opslag de armen te bewegen, te springen, zich zijdelings te bewegen enz. tijdens het uitvoeren van de opslag of bij elkaar te gaan staan om de baan van de bal aan het zicht te onttrekken. |
|
12.6 12.6.1
12.6.1.1 12.6.1.2
12.6.2.1 12.6.2.2 12.6.2.3 |
FOUTEN TIJDENS / BIJ DE OPSLAG Opslagfouten. Zelfs als de tegenpartij een opstellingsfout maakt, leiden de volgende fouten tot opslagwisseling. De serveerder: houdt de opslagvolgorde niet aan voert de opslag niet op de juiste manier uit
Fouten na het slaan van de bal bij de opslag. Nadat de bal correct is geslagen, wordt de opslag, tenzij een speler een opstellingsfout maakt, toch als fout aangemerkt als de bal: een speler van de ploeg aan opslag raakt of het verticale vlak van het net niet passeert; “uit” gaat; over een scherm gaat. Commentaar.
|
|
12.7 12.7.1
12.7.2
|
FOUTEN NA DE OPSLAG EN OPSTELLINGSFOUTEN Als de serveerder een fout maakt op het moment van de opslag (foute uitvoering, onjuiste opslagvolgorde, enz.) en de tegenpartij een opstellingsfout maakt, wordt de opslagfout als zodanig bestraft. Als daarentegen de opslag juist is uitgevoerd, maar daarna een fout wordt gemaakt (bijv. "uit" gaat, wordt geschermd enz.) wordt de opstellingsfout aangemerkt als eerste te zijn gemaakt en als zodanig bestraft. |
|
13 |
AANVALSSLAG |
|
13.1 13.1.1
13.1.2
13.1.3 |
AANVALSSLAG Met uitzondering van de opslag en het blok worden alle handelingen die de bal naar het veld van de tegenpartij doen gaan, als aanvalsslag aangemerkt.
Bij een aanvalsslag mag de bal met de vingertoppen worden “geplaatst”, mits de aanraking kort is en de bal niet wordt gevangen of gegooid. Een aanvalsslag is voltooid zodra de bal het verticale vlak van het net geheel is gepasseerd of door een tegenstander wordt aangeraakt. |

