Spelregels van het volleybal betreffende de speelruimte en voorzieningen van de sporthal of sportzaal

Officiele spelregels van de NeVoBo voor het volleybalspel en volleybalsport, met name de sportzaal en het speelveld

Zoeken op de site

Laatste update

08-09-2010 15:46

Speelruimte en speelveld van het volleybal

1

SPEELRUIMTE

De speelruimte omvat het speelveld en de vrije zone. Zij moet rechthoekig en symmetrisch zijn.
Commentaar:

  • Bij reglement worden voor wedstrijden in de nationale competitie de eisen voor de speelruimte voor elk niveau vastgesteld.
  • De speelruimte moet door de daartoe bevoegde NeVoBo-instantie worden goedgekeurd.
  • Voor de nationale competitie is de Sector Competitie gerechtigd bepaalde dispensaties te verlenen. Deze dispensaties worden schriftelijk aan de betreffende verenigingen medegedeeld. Jaarlijks wordt bovendien een overzicht van de verleende dispensaties gepubliceerd. 

 

1.1

 

AFMETINGEN

De speelvloer is rechthoekig, 18m bij 9m groot, met rondom een vrije zone van tenminste 3m breedte.
De vrije speelruimte is de ruimte boven het speelterrein, die vrij van enig obstakel is. Zij moet, gemeten vanaf de vloer, tenminste 7m hoog zijn.
Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB moet de vrije zone naast de zijlijnen tenminste 5m breed en die achter de achterlijnen tenminste 8m breed zijn. De vrije speelruimte, gemeten vanaf de vloer, moet tenminste 12,5m vrij van enig obstakel zijn.
Commentaar:

  • Behoudens dispensatie geldt in de Nederlandse competities voor de vrije zone rond het speelveld:
    • eredivisie tenminste 5m;
    • nationale competitie tenminste 2m, met dien verstande dat als de zaalsituatie dat mogelijk maakt  3m wordt aangehouden.
  • De vrije zone eindigt vóór de spelersbanken cq. de reclameborden voor de spelersbanken. De spelersbanken cq. de reclameborden voor de spelersbanken begrenzen de vrije zone te allen tijde. Ook in het geval de ruimte minder is dan de voorgeschreven minimale afmeting.
  • De spelersbanken staan dus altijd buiten de vrije zone. Het is derhalve ook niet toegestaan voor de spelersbanken tassen of flessen water te hebben staan gedurende de wedstrijd, tenzij de vrije zone begrenst wordt door de reclameborden voor de spelersbanken.
  • De voorgeschreven vrije hoogte geldt zowel voor het eigenlijke speelveld als voor de minimaal verplichte vrije zone.
  • In de praktijk moet worden gewoekerd met de beschikbare zaalruimte. Het  voorschrift dat de vrije zone rondom het speelveld symmetrisch moet zijn, zal dus in de praktijk nauwelijks invloed hebben  op de zaalgoedkeuring door de betreffende instanties, met als uitzondering mogelijk in de top van de competitie.
  • Bij jeugd-C wedstrijden is het speelveld 14m lang en 9m breed.

 

1.2

1.2.1

 

 

 

 

 

 

  

 

1.2.2

 

 

1.2.3

 

SPEELVLOER

De speelvloer moet vlak, horizontaal en gelijkmatig zijn. Hij mag geen enkel gevaar voor blessures opleveren. Het is verboden op ruwe of gladde vloeren te spelen.
Voor de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB   is alleen een vloer van hout of kunststof toegestaan. Iedere vloer moet vooraf door de FIVB zijn goedgekeurd.
Commentaar:

  • Schoonmaken van de speelvloer.
    Het belangrijkste doel van de huidige procedure die gevolgd wordt heeft te maken met de veiligheid van de spelers en om een natuurlijke voortgang in de wedstrijd te verzekeren. Er wordt hierbij een onderscheid gemaakt tussen de eredivisie en de overige divisies en hoogste klassen van de regio. De procedure voor de eredivisie wordt besproken in de manual, in de overige divisies en klassen is het gebruikelijk dat een handdoek om de vloer droog te maken aanwezig is bij de tellerstafel, waarvan de ploegen op aangeven van de scheidsrechter gebruik kunnen maken.

In zalen moet het oppervlak van de speelvloer licht van kleur zijn.  
Voor de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB moeten de lijnen wit van kleur zijn. Het speelveld en de vrije zone moeten andere kleuren, die onderling verschillen, hebben.

Voor speelvelden buiten is voor de afwatering een hoogteverloop van 5mm per meter toegestaan.
Markeringslijnen van hard materiaal zijn verboden.

 

1.3

1.3.1

 

 

 

1.3.2

 

1.3.3

 

 

 

1.3.4

 

BELIJNING

Alle lijnen zijn 5cm breed. Zij moeten licht van kleur zijn en een andere kleur hebben dan de vloer en eventuele andere lijnen.
Commentaar:

  • Indien de situatie dat noodzakelijk maakt zijn lijnen met om en om verschillende kleuren, contrasterend met de kleur van de speelvloer, toegestaan.

Grenslijnen.
Twee zijlijnen en twee achterlijnen begrenzen het speelveld. Deze zij- en achterlijnen behoren tot het speelveld.

Middenlijn.
De as van de middenlijn verdeelt het speelveld in twee gelijke delen van 9m bij 9m. De middenlijn loopt onder het net van de ene tot de andere zijlijn.
 
Commentaar:

  • De middenlijn geldt voor beide speelhelften. 

Aanvalslijn.
Op iedere speelhelft geeft een aanvalslijn, die op een afstand van 3m van de as van de middenlijn wordt getrokken, de voorzone aan.

Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB wordt de aanvalslijn verlengd door het toevoegen van streeplijnen vanaf de zijlijnen. Deze streeplijnen bestaan uit vijf lijntjes van 5cm bij 15cm. Ze hebben een onderlinge afstand van 20cm en zijn doorgetrokken tot een totale lengte van 1,75m. Het eerste lijntje staat op een afstand van 20cm van de zijlijn, in het verlengde van de 3m lijn.
Commentaar:

  • Deze regel geldt ook voor de eredivisie.

 1.4

1.4.1

 

 

1.4.2

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.4.3

 
 
1.4.4

 

 

 

 

 1.4.5

 

ZONES & RUIMTES

Voorzone.
Op iedere speelhelft wordt de voorzone begrensd door de as van de middenlijn en de op 3m afstand daarvan getrokken aanvalslijn. De voorzone wordt geacht buiten de zijlijnen tot aan de grens van de vrije zone door te lopen.

Opslagzone.
De opslagzone is een 9m brede strook achter de achterlijn.
De opslagzone wordt zijdelings begrensd door twee lijntjes, elk 15cm lang en, in het verlengde van de zijlijnen, op 20cm afstand van de achterlijn getrokken. De beide lijntjes vallen binnen de breedte van de zone.
De opslagzone loopt in diepte door tot aan het eind van de vrije zone.  
Commentaar:

  • De opslagzone loopt in diepte niet oneindig door, maar slechts tot het eind van de vrije zone achter de betreffende achterlijn. Staat achter het veld bijvoorbeeld een rij reclame­borden, die bij de opslagzone is onderbroken, dan mag de opslag dus niet van achter het denkbeel­dig verlengde van deze rij borden worden genomen. De serveerder moet bij zijn positie kiezen hiermee rekening houden.
  • Is (met dispensatie) voor de opslagzone achter de achterlijn minder dan 2m beschikbaar, dan moet, alleen aan de kant(en) waar dat nodig is, een obstakelvrije hulpopslagzone met een diepte van 2m, gemeten vanaf de muur enz., over de gehele breedte van het veld worden gerealiseerd. De hulpopslaglijn moet evenwijdig aan de achterlijn worden getrokken, zodanig dat overal een obstakelvrije opslagzone van tenminste 2m diepte beschikbaar is. Als de muur, scheidingswand, tribune, etc. achter het speelveld niet evenwijdig aan deze achterlijn loopt, gebogen of onderbroken is of iets dergelijks wordt de hulpopslaglijn dus niet evenwijdig aan dit obstakel getrokken. Een eventuele hulpopslaglijn is de nieuwe achterlijn t.b.v. de opslag, niet van het spel.
    Binnen deze hulpopslagzone mag de serveerder dan vrijelijk, op de door hem gekozen wijze, de opslag uitvoeren. Het geven van de aanwijzing dat de serveerder in een dergelijke situatie in verband met de te ondiepe opslagzone eventueel met één voet op of over de achterlijn mag staan is dus niet toegestaan
    (regel 12).
  • Als, ter bescherming van de vloer, naast of achter het speelveld een losse loper is neergelegd, dan loopt de vrije zone (dus ook de opslagzone) niet tot op maar slechts tot aan die loper door. De opslag mag derhalve niet vanaf die loper worden genomen (regel 12).
    Aanlopen vanaf die loper mag in de Nederlandse competitie wel indien de vrije ruimte minder dan 3m bedraagt (regel 1.1).

Zone voor de spelerswissel.
De zone voor de spelerswissel strekt zich uit tussen de
denkbeeldig verlengde aanvalslijnen en de tellerstafel.

Opwarmruimte.
Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB 
bevinden de opwarm­ruimtes, groot ongeveer 3m bij 3m, zich in de
hoeken aan de bankzijde van het veld, buiten de vrije zone.
Commentaar.

  • Het is raadzaam, alhoewel in de Nederlandse competitie (m.u.v. de eredivisie) geen sprake is van een opwarmruimte, voorafgaande aan een wedstrijd te bepalen waar in de zaal de spelers zich kunnen "opwarmen". Dit voorkomt discussies als staan op de bank en hangen achter de coach ( regel 4.2.3.).

Strafruimte.
De strafruimtes, groot ongeveer 1m bij 1m, bevinden zich achter de spelersbanken in het verlengde van de achterlijn (tekening 1). Zij worden begrensd door een 5cm brede rode lijn. In deze ruimte worden twee stoelen geplaatst.
Commentaar:

  • Het is raadzaam, alhoewel in de Nederlandse competitie (m.u.v. de eredivisie) geen sprake is van een strafruimte, voorafgaande aan een wedstrijd te bepalen dat de strafruimte gevormd wordt door de laatste vrije plaats op de spelersbank. Indien noodzakelijk twee extra stoelen laten plaatsen.

 1.5

TEMPERATUUR
De temperatuur mag niet lager zijn dan 10°C (50°F).
Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB mag de temperatuur niet hoger zijn dan 25°C (77°F) en niet lager dan 16°C (61°F).

 

1.6

 

VERLICHTING
Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB moet, gemeten 1m boven de vloer, de verlichtingssterkte in de speelruimte 1000 tot 1500 lux zijn.
Commentaar.

  • Voor de nationale competities geldt dat de verlichtingssterkte in de speelruimte gemeten 1m boven de speelvloer in de eredivisie minimaal 500 lux zijn en voor de overige klassen minimaal 350 lux moet zijn.

 2

NET en PALEN

 

2.1

2.1.1

 

 

 

 

 

 

2.1.2

 

Hoogte van het net

Verticaal boven de middenlijn is een net geplaatst. De hoogte hiervan is 2,43m voor heren en 2,24m voor dames.
Commentaar.

  • Voor jeugdploegen zijn de nethoogten:
    • jeugd-A        jongens: 2,43m       meisjes: 2,24m
    • jeugd-B        jongens: 2,24m       meisjes: 2,15m
    • jeugd-C        jongens: 2,05m       meisjes: 2,05m
    • jeugd-D        jongens: 2,05m       meisjes: 2,05m
    • jeugd-E        jongens: 2,05m       meisjes: 2,05m
  • De verzwaarde regels zijn:
    • jeugd-B        jongens: 2,30m       meisjes: 2,24m
    • jeugd-C        jongens: 2,15m       meisjes:2,15m

De hoogte van het net wordt in het midden van het speelveld gemeten. Boven de twee zijlijnen moet de hoogte precies gelijk zijn, maar mag niet meer dan 2 cm boven de reglemen­taire hoogte uitkomen.

 

2.2

 

Samenstelling

  • Het net, 1m breed en 9.50 tot 10m lang (met 25 tot 50cm ruimte aan iedere buitenkant van de zijbanden). De vierkante mazen, vervaardigd van zwart materiaal, hebben zijden van 10cm (tekening 3).
  • Aan de bovenzijde is een horizontale dubbelgevouwen wit-linnen band 7cm breed over de gehele lengte vastgenaaid, aangebracht. In deze band is, om het net aan de palen te bevestigen en de bovenkant ervan gespannen te houden, een soepele staaldraad aangebracht. Aan de beide uiteinden van de band loopt door een opening een koord om de band aan de palen te bevestigen en de bovenkant van het net gespannen te houden.
  • Aan de onderzijde is een horizontale dubbelgevouwen wit-linnen band 5cm breed over de gehele lengte vastgenaaid, aangebracht.
  • Door de onderzijde van het net loopt voor de bevestiging aan de palen en om het benedendeel van het net gespannen te houden een door de mazen gevlochten koord.

Commentaar.

  • Op de witte boven- en onderrand van het net mag reclame zijn aangebracht.
  • Een houten stok aan de zijkanten van het net is niet langer toegestaan.
  • In de hal moeten een reservenet en reserve antennes aanwezig zijn.
  • Indien één (of meer) van de mazen van het net gescheurd is (zijn), mag er niet worden gespeeld.
  • Voor de wedstrijd (voor de officiële warming-up) en tijdens de wedstrijd moeten de scheidsrechters controleren dat de palen en de scheidsrechterstoel, inclusief bevestiging van paal en net, geen gevaar opleveren voor de spelers. Er moet zo nodig beschermend materiaal aangebracht worden, ook op uitstekende delen, die een gevaar op kunnen leveren voor de spelers.

2.3

Zijbanden

Twee witte banden zijn verticaal en recht boven elke zijlijn aan het net aangebracht.
Zij zijn 5cm breed en 1m lang en worden geacht deel uit te maken van het net.


2.4


Antennes

  • Een antenne is een buigzame staaf, 1,80m lang en met een diameter van 10mm, vervaardigd van glasfiber of vergelijkbaar materiaal.
  • Aan de buitenkant van elke zijband is, om en om tegen het net, een antenne bevestigd.
  • Elke antenne steekt 80cm boven het net uit en is uitgevoerd in met elkaar contrasterende kleurstroken (bij voorkeur rood en wit) van 10cm.
  • De antennes, die beschouwd worden deel uit te maken van het net, begrenzen zijdelings de passeerruimte.

Commentaar:

    • De antenne moet aan de buitenzijde van de zijbanden worden aangebracht, niet in het midden van de zijband

2.5

2.5.1

 

 

 2.5.2

Palen

De palen die het net dragen zijn op een afstand van 0,50m tot 1.00m buiten de zijlijnen geplaatst. Zij zijn 2,55m hoog en bij voorkeur verstel­baar.
Bij wereldcompetities en officiële competities van de FIVB moeten de netpalen 1m buiten de zijlijnen worden geplaatst, tenzij anders met de FIVB is overeengekomen.

De palen hebben afgeronde hoeken, zijn glad en worden zonder spandraden aan de grond bevestigd. Zij mogen geen gevaarlijke of hinderlijke onderdelen hebben.

 

2.6

 

Aanvullende uitrusting

De aanvullende uitrusting wordt bepaald door de reglementen van de FIVB.

 

3

 

BALLEN


3.1


Normen

De bal moet rond zijn. De buitenbal moet gemaakt zijn van soepel leer of synthetisch leer, de binnenbal van rubber of vergelijkbaar materiaal. In officiële internationale wedstrijden moet, indien synthetisch materiaal wordt gebruikt, dit vóór gebruik worden goedgekeurd door de FIVB.

  • kleur       : egaal en licht òf een kleurencombinatie 
                      toegestaan door de FIVB;
  • omtrek    : 65 tot 67 cm;
  • gewicht   : 260 tot 280 gram;
  • spanning : 0,30 tot 0,325 kg/cm2 (4.26 tot 4.61 psi) 
                      (294,3 - 318,82 mbar of hPa).

Commentaar.

  • In de Nederlandse competitie geldt de goedkeuring door de NeVoBo; een lijst met goedgekeurde ballen wordt regelmatig gepubliceerd.
  • Het controleren van de balspanning met een spanningsmeter is in de Nederlandse competitie alleen in geval van een bindende richtlijn verplicht.
  • De bal is voor de wedstrijd door de scheidsrechter gekeurd. Als in de loop van het spel blijkt dat er met een andere bal is opgeslagen, mag, als een ploeg hierover reclameert, de laatste opslag en dus ook de daarop volgende rally ongeldig worden verklaard. In principe geen andere sancties, dus ook geen maatregel met meer terugwerkende kracht.
  • De thuisspelende ploeg in de eredivisie dient  vijf  wedstrijdballen ter beschikking te stellen. 

3.2

Gelijkheid van de ballen

Alle ballen, die bij een wedstrijd worden gebruikt, moeten voor wat betreft omtrek, gewicht, spanning, type, kleur e.d. gelijk zijn.
Bij de wereldkampioenschappen, de continentale kampioenschappen, de nationale kampioenschappen, moet worden gespeeld met ballen die door de FIVB zijn goedgekeurd, tenzij anders met de FIVB is overeengekomen..

 

3.3

 

Drie-ballen systeem

Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB moeten drie ballen worden gebruikt. Hiertoe zijn zes ballenkinderen aanwezig; één in elke hoek van de vrije zone en één achter elke scheidsrechter.
Commentaar.

  • In de eredivisie is het 3-ballen-systeem verplicht. In de lagere divisies is het 3-ballen-systeem na dispensatie toegestaan.
  • In het nationale bekertoer­nooi is het 3-ballen-systeem slechts toegestaan indien beide ploegen uit de eredivisie komen of daarvoor dispensatie hebben gekregen van de Sector Competitie.