Er is tijdens een wedstrijd minimaal één scheidsrechter, er kunnen op hoger niveau meedere scheidsrechters zijn

In het volleybal zijn een tweede scheidsrechter en ook lijnrechters zijn mogelijk

Procedures en bevoegdheden van eerste en tweede scheidsrechters in het volleybal

Zoeken op de site

Laatste update

08-09-2010 15:46

Scheidsrechter procedures tijdens het volleybalspel

22

Scheidsrechterscorps en procedures

 

22.1

 

Samenstelling

Het scheidsrechterskorps bestaat bij een wedstrijd uit de volgende officials:
-           de eerste scheidsrechter;
-           de tweede scheidsrechter;
-           de teller;
-           vier (twee) lijnrechters.                              

Hun plaats wordt in tekening 10 aangegeven.
Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB is een assistent-teller verplicht.

Commentaar.

  • Als door enige omstandigheid geen tweede scheidsrechter en/of lijnrechters aanwezig is / zijn, kan de wedstrijd toch rechtsgeldig doorgang vinden.

22.2

22.2.1

22.2.1.1

22.2.1.2

 

 

 

 
22.2.2

 

 


22.2.3

22.2.3.1

 

 
22.2.3.2

 

 

 



22.2.3.3

Procedures

Alleen de eerste en de tweede scheidsrechter mogen tijdens de wed­strijd fluiten: De eerste scheidsrechter fluit voor de opslag en geeft gelijktijdig het teken voor de opslag, waarmee de rally begint. De eerste en tweede scheidsrechter fluiten voor het eind van de rally indien zij er zeker van zijn dat er een fout is gemaakt en zij de aard hiervan hebben vastgesteld.
Commentaar.

  • Fluiten beide scheidsrechters gelijktijdig of vlak na elkaar voor verschillende fouten, dan beoordeelt de 1e scheidsrechter, zo mogelijk, welke fout het eerst werd gemaakt en bestraft die fout. Hij beslist dus welk fluitsignaal telt, dan wel of hij dubbelfout zal geven.

Zij mogen, als het spel is onderbroken, fluiten om aan te geven dat zij een verzoek van een ploeg inwilligen of afwijzen.
Commentaar.

  • Zie regel 15.2.1 (kenbaar maken toestemming tot een spelonderbreking).

Direct nadat de scheidsrechter fluit om het eind van de rally aan te geven, moet hij door middel van de officiële tekens aangeven:
De eerste scheidsrechter:
a          de ploeg die gaat serveren;
b          de aard van de fout;

c          (zonodig) de speler die de fout maakte.

De tweede scheidsrechter volgt de eerste scheidsrechter door zijn tekens te herhalen.
De tweede scheidsrechter:

a          de aard van de fout
b          (zonodig) de speler die de fout maakte
c          de eerste scheidsrechter volgen met het aanwijzen van de kant van de ploeg die gaat serveren. In dit geval geeft de eerste scheidsrechter alleen de ploeg aan die gaat serveren; de eerste scheidsrechter geeft niet de aard van de fout aan en wijst ook niet de betreffende speler aan.

Bij een dubbelfout dienen beide scheidsrechters de handsignalen als volgt te geven:
a          de aard van de fout
b          (zonodig) de speler(s) die de fout  maakte(n)
c          de ploeg die gaat serveren, zoals aangegeven door de             eerste scheidsrechter.

 

23

 

EERSTE SCHEIDSRECHTER

 

23.1

 

Plaats De eerste scheidsrechter vervult zijn taken zittend of staand op een stoel / platform die / dat bij één van de uiteinden van het net is geplaatst. De ooghoogte moet ongeveer 50 cm boven de bovenkant van het net zijn. Commentaar:

  • De eisen voor een scheidsrechtersstoel zijn als volgt: Eredivisie: Staan stoel, niet vast aan de paal, stabiel, veilig voor participanten en in hoogte verstelbaar. (ooghoogte scheidsrechter 50 cm. boven het net)
    1e en 2e divisie
    : Indien een nieuwe stoel aangeschaft moet worden dan is de staan stoel (zie eredivisie) verplicht. (Er zijn scheidsrechtersstoelen op de markt die voldoen aan deze eisen)
    In de regio zijn staan stoelen die voldoen aan de eisen (zie boven) wenselijk. Het is aan de regio om hier een verplichtend karakter aan te verbinden.

23.2

23.2.1

 

 

 

 23.2.2

 
23.2.3

 

 

 

 

 23.2.4

 

 

 


23.2.5

Bevoegdheden

De eerste scheidsrechter leidt het spel van begin tot aan het einde. Hij staat boven alle officials en de leden van de ploegen. Tijdens de wedstrijd zijn de beslissingen van de eerste scheidsrechter onherroepelijk. Hij is bevoegd de beslissingen van de andere officials ongeldig te verklaren als hij meent dat zij zich hebben vergist. De eerste scheidsrechter mag zelfs een official, die zijn taken niet naar behoren verricht, vervangen.

De eerste scheidsrechter houdt eveneens toezicht op het werk van de ballenjongens en de dweilers.

De eerste scheidsrechter heeft het recht over alle zaken betreffende het spel te beslissen, met inbegrip van die zaken waarin de spelregels niet voorzien.
Commentaar.

  • Als blijkt dat in een eerder stadium van het spel een punt abusievelijk niet of teveel op het wedstrijdformulier is aangetekend, of dat een fout in de invulling van het formulier niet is opgemerkt enz., kan de scheidsrechter dit alsnog (doen) herstellen, maar alleen als het een voorval in de lopende set betreft.

De eerste scheidsrechter staat geen enkele discussie over zijn beslissingen toe. Op verzoek van de aanvoerder in het veld geeft hij echter uitleg over de toepassing en interpretatie van de spelregels op grond waarvan hij zijn beslissing heeft genomen. Als de aanvoerder in het veld, na direct kenbaar te hebben gemaakt het met de uitleg oneens te zijn, zich het recht heeft voorbehouden aan het eind van de wedstrijd over het voorval een officieel protest in te dienen, moet de eerste scheidsrechter dat goedkeuren.

De eerste scheidsrechter beslist voor en tijdens de wedstrijd of de speelruimte, de uitrusting en de omstandigheden aan de voorschriften voldoen.

 

23.3

23.3.1 23.3.1.1

23.3.1.2

23.3.1.3

 

 

 

 
23.3.2

23.3.2.1 23.3.2.2

 

 

23.3.2.3

 

 

 

 

 

 

 

 

 
23.3.3

 

Verantwoordelijkheden

Vóór de wedstrijd moet de eerste scheidsrechter: de toestand van de speelruimte, de ballen en de overige voorzieningen controleren; in aanwezigheid van de officiële aanvoerders de toss verrichten; het inspelen van de ploegen controleren. Commentaar.

  • Alleen voorafgaande aan de 1e set geeft de eerste scheidsrechter het fluitsignaal waarop beide ploegen het veld betreden als er géén sprake is van een protocol waar de 6 basisspelers + Libero door de speaker worden voorgesteld en de spelers direct de speelvloer betreden.
  • De scheidsrechter beslist met welke bal(len) (in het algemeen beschikbaar gesteld door de ontvangende ploeg) zal worden gespeeld. Hij mag bij de keuze van de bal(len) de mening van de beide aanvoerders vragen.

Tijdens de wedstrijd is alleen de eerste scheidsrechter bevoegd: waarschuwingen te geven aan de ploegen op te treden tegen wangedrag en spelophouden;
Commentaar.

  • In geval van onbehoorlijk gedrag of een ernstige vorm van wangedrag tijdens een rally moet de scheidsrechter direct fluiten, dubbelfout geven en de betreffende maatregel door het tonen van de kaart(en) kenbaar maken.

te beslissen met betrekking tot:
a          opslagfouten en opstellingsfouten van de ploeg aan             opslag, met inbegrip van schermen;
b          fouten bij het spelen van de bal;
c          fouten boven het net en aan de bovenkant daarvan; d          de aanvalsfout van de achterspelers en de aanvalsslag van de Libero;
e          een aanvalsslag van een speler als de bal komt van een bovenhands gespeelde bal door de Libero vanuit de voorzone of het verlengde ervan;
f           de bal die onder het net door gaat.
Commentaar.

  • Komt een eerste scheidsrechter direct na een rally tot de conclusie een foute beslissing te hebben genomen, dan moet hij deze beslissing herroepen. Blijkt er een andere fout te zijn gemaakt dan hij aanvankelijk dacht, dan moet hij die fout alsnog bestraffen als ware deze fout op het moment van maken ervan geconstateerd. Blijkt er geen fout te zijn gemaakt of is niet duidelijk welke fout is gemaakt, dan moet dubbelfout worden gegeven.

Aan het einde van de wedstrijd controleert en ondertekent hij het wedstrijdformulier.



24



Tweede scheidsrechter


24.1


Plaats

De tweede scheidsrechter vervult zijn taken staand buiten het speelveld nabij de paal aan de andere kant van het veld, tegenover de eerste scheidsrechter.

 

24.2

24.2.1

 

 

24.2.2

 

 

24.2.3

 

24.2.4

 

 

24.2.5

 

24.2.6

 

24.2.7

 

 

 
 

24.2.8

 

24.2.9

 

 

 

 

 
24.2.10

 

Bevoegdheden

De tweede scheidsrechter assisteert de eerste scheidsrechter maar heeft ook een eigen bevoegdheid. Als de eerste scheidsrechter niet meer in staat is zijn werk te doen, mag de tweede scheidsrechter hem vervangen.

De tweede scheidsrechter mag zonder te fluiten ook fouten aangeven die niet binnen zijn directe verantwoordelijkheid vallen. Hij mag hierbij echter bij de eerste scheidsrechter niet aandringen.

De tweede scheidsrechter houdt toezicht op het werk van de teller(s).

De tweede scheidsrechter houdt toezicht op het gedrag van de leden van de  ploegen die op de spelersbank zitten en vestigt de aandacht van de eerste scheidsrechter op eventueel wangedrag.

De tweede scheidsrechter houdt toezicht op het gedrag van de spelers in de opwarmruimte.

De tweede scheidsrechter staat de spelonderbrekingen toe, controleert de tijdsduur daarvan en wijst onjuiste verzoeken af.

De tweede scheidsrechter controleert het aantal gebruikte time-outs en spelerswissels van beide ploegen en licht, als het de tweede time-out of de vijfde en zesde spelerswissel betreft, de eerste scheidsrechter en de betreffende coach hierover in.
Commentaar.

  • In deze regel gaat het om het aantal door de ploeg gebruikte time-outs en spelerswissels. Of voor één of meer spelers persoonlijk de wisselmogelijkheden al of niet zijn uitgeput, is hier niet aan de orde. De tweede scheidsrechter mag en zal de vraag van een aanvoerder of coach of een bepaalde wissel nog mogelijk is wel beantwoorden. Hij hoeft echter niet eigener beweging te waarschuwen dat in de lopende set bepaalde spelers, binnen regels 15.6.2 & 15.6.3, niet meer tegen elkaar mogen worden gewisseld.
  • Indien er geen coach aanwezig is, dient voornoemde informatie door de eerste scheidsrechter doorgegeven te worden aan de aanvoerder in het veld.

Als een speler geblesseerd raakt, staat de tweede scheidsrechter een  uitzonderlijke spelerswissel of drie minuten tijd voor herstel toe.

De tweede scheidsrechter controleert de toestand van de vloer, hoofdzakelijk in de voorzone. Hij controleert tijdens de wedstrijd eveneens of de ballen nog aan de reglementaire voorwaarden voldoen.
Commentaar.

  • Het dweilen komt in de spelregels niet  voor. De tweede scheidsrechter moet wel steeds de toestand van de vloer, vooral de voorzone, controleren. Ziet hij een gevaarlijke toestand, bijv. een natte plek, dan moet hij ingrijpen en zo nodig laten dweilen. Meestal zullen de spelers kleine natte plekjes echter zelf snel droog moeten maken zonder dat dit tot vertraging in het spel leidt.

De tweede scheidsrechter houdt toezicht op de leden van de ploeg die zich in de strafruimte bevinden en meldt hun misdragingen / wangedrag bij de eerste scheidsrechter.

 

24.3

24.3.1

 

 

 

 

 

 



24.3.2

24.3.2.1

24.3.2.2

 

 

 
24.3.2.3

24.3.2.4

24.3.2.5 24.3.2.6

24.3.2.7

 24.3.3

 

Verantwoordelijkheden

Bij het begin van iedere set, na het wisselen van speelveld in de beslissende set en wanneer dat overigens nodig is, controleert de tweede scheidsrechter of de spelers inderdaad overeenkomstig de opstellingsbriefjes in het veld staan. Commentaar.

  • Constateert de tweede scheidsrechter bij controle van de opstellingen voor aanvang van een set en na veldwisseling in de beslissende set dat de spelers niet overeenkomstig de opstellingsbriefjes in het veld staan, dan moet hij hierop attenderen en de betrokkenen de gelegenheid geven zich wel overeenkomstig de opstellingsbriefjes op te stellen. In alle andere gevallen mag een scheidsrechter die een opstellingsfout      ziet ontstaan de betreffende ploeg niet waarschuwen, ook niet in het geval van abusievelijk wel of niet doordraaien van de aan opslag zijnde ploeg (regel 7.4).
  • Zie regel 7.6 (verantwoordelijkheid voor de juiste opstelling).

De tweede scheidsrechter beslist, waarbij hij fluit en het desbetreffende teken geeft, tijdens de wedstrijd over: het aanraken van het veld van de tegenpartij en het onder het net door in de ruimte van de tegenpartij komen; opstellingsfouten van de ploeg die de opslag ontvangt; Commentaar.

  • Indien een tweede scheidsrechter voor een opstellingsfout fluit, dient hij direct het desbetreffende teken te geven en daarna beide spelers aan te wijzen die de opstellingsfout maakten en vervolgens (na de eerste scheidsrechter) de kant aan te wijzen waar de opslag naar toe gaat.

het door een speler foutief aanraken van het onderste gedeelte van het net en de antenne aan zijn kant van het veld door iedere speler die de bal speelt of probeert te spelen; fouten van de achterspelers bij het blokkeren en een blokpoging van de  Libero; het contact van de bal met een vreemd voorwerp; het contact van de bal met de vloer, als de eerste scheidsrechter niet in staat is dit contact te zien; de bal die, aan zijn kant van het speelveld,  geheel of gedeeltelijk buiten de passeerruimte over het net in de richting van de tegenstander gaat of de antenne raakt.

Aan het einde van de wedstrijd ondertekent hij het wedstrijdformulier.

 

25

 

DE TELLER

 

25.1

 

Plaats

De teller vervult zijn taken zittend aan de tellerstafel, aan de andere  kant van het net, tegenover de eerste scheidsrechter.

 

25.2

 

 

 

 

 

25.2.1 25.2.1.1

 

 

 

 

25.2.1.2

 

25.2.2 25.2.2.1

 

 

 

 

 

 

 

 

25.2.2.2

 

 

25.2.2.3

 

25.2.2.4

25.2.2.5

 

25.2.2.6

 

25.2.2.7

25.2.3 25.2.3.1 25.2.3.2

 

 

25.2.3.3

 

Verantwoordelijkheden
De teller houdt het wedstrijdformulier overeenkomstig de voorschriften bij. Hij werkt hierbij samen met de tweede scheidsrechter. Met  behulp van een zoemer of een ander geluidssignaal geeft hij op grond van zijn verantwoordelijkheden tekens aan de scheidsrechters.
Commentaar.

  • In de eredivisie is het gebruik van een zoemer verplicht gesteld; in de overige divisies en klassen geeft de teller een signaal met zijn handen.

De teller noteert voor het begin van de wedstrijd en elke set: overeenkomstig de reglementaire voorschriften de gegevens van de wedstrijd en van de ploegen, naam en nummer van de Libero en laat de aanvoerders en coaches tekenen; Commentaar:

    • De coach of de aanvoerder blijft verantwoordelijk voor het geven van de juiste informatie middels het opstellingsbriefje van de eerste set.
    • De teller is verantwoordelijk voor het juist overnemen van de informatie (van het opstellingsbriefje van de eerste set) op het wedstrijdformulier.

de beginopstelling van iedere ploeg vanaf de opstellingsbriefjes. Als hij de opstellingsbriefjes niet tijdig ontvangt, meldt hij dit direct aan tweede scheidsrechter.

De teller moet tijdens de wedstrijd: de door elke ploeg gemaakte punten noteren;
Commentaar:

  • In de Nederlandse competitie is er geen assistent-teller aanwezig en moet de teller er ook voor zorgen dat het scorebord de juiste stand aan geeft (zie ook regel 26.2.2.5).
  • Als het scorebord en het wedstrijdformulier een       verschillende stand aangeven is de oorzaak vaak snel duidelijk: de teller of de scorebordbediener heeft even niet goed opgelet. De fout kan dan direct hersteld worden en het spel wordt snel hervat. Een enkele maal is de oorzaak echter niet zo snel duidelijk. De teller en de (tweede) scheidsrech­ter moeten dus tezamen proberen te achterhalen waar en wanneer er een fout is gemaakt. Het kan zijn dat zij de mening van de beide aanvoerders over het scoreverloop hierin betrekken.       Blijkt de bron van het verschil in standaanwijzing niet te vinden, dan is de genoteerde score op het wedstrijdformulier (het officiële wedstrijddocument)doorslaggevend. De stand op het scorebord wordt dan daarmee in overeenstemming gebracht.

de opslagvolgorde van elke ploeg controleren en eventuele fouten direct na de opslag aan de scheidsrechters melden;
Commentaar:

  • Duidelijk is aangegeven dat de teller een fout in de       opslagvolgorde van een ploeg direct na de opslag moet melden. Dus niet voordat er is opgeslagen.

de time-outs en spelerswissels noteren, het aantal en de nummers van de spelers hiervan controleren en de tweede scheidsrechter hierover inlichten; aan de scheidsrechter melden als een aanvraag voor spelonderbreking onjuist is; de scheidsrechters er op attenderen als een set is afgelopen, het begin en einde aangeven van een technische time-out en als er in de beslissende set 8 punten zijn behaald; maatregelen noteren; Commentaar:

  • Zie regel 21.3.1 (omcirkelen punt naar aanleiding van een bestraffing)

noteren van alle gebeurtenissen, gemeld door de tweede scheidsrechter, zoals:

  • uitzonderlijke spelerswissels
  • pauze voor herstel bij een geblesseerde speler
  • langdurende spelonderbrekingen
  • beïnvloedingen van buitenaf

Aan het einde van de wedstrijd moet de teller: de eindstand noteren; in geval van een protest, met voorafgaande toestemming van de eerste scheidsrechter, een verklaring met betrekking tot het voorgevallene op het wedstrijdformulier noteren of de officiële aanvoerder dit laten doen; Commentaar:

  • Zie regel 5.1.3 (verplichting tot het noteren van een   protest)

na zelf het wedstrijdformulier te hebben getekend, de officiële aanvoerders en vervolgens de scheidsrechters het  wedstrijdformulier laten tekenen.

 

26

 

ASSISTENT-TELLER

 

26.1

 

PLAATS

De assistent-teller vervult zijn taken zittend aan de tellerstafel naast de teller

 

26.2

26.2.1

26.2.1.1 26.2.1.2

26.2.2 26.2.2.1 26.2.2.2

26.2.2.3 26.2.2.4 26.2.2.5 26.2.2.6

 26.2.3 26.2.3.1

26.2.3.2

 

Verantwoordelijkheden
De assistent-teller noteert de Libero vervangingen. Hij ondersteunt de administratieve taken van de teller. In het geval dat de teller niet in staat is zijn werk voort te zetten, neemt de assistent-teller de taken van de teller over.

Voor het begin van de wedstrijd en elke set moet de assistent-teller: het Libero-formulier in orde maken; het reserve wedstrijdformulier in orde maken;

Tijdens de wedstrijd moet de assistent-teller: de Libero-vervangingen noteren; eventuele fouten bij de Libero-vervangingen melden aan de scheidsrechters; begin en einde van een technische time-out aangeven; het handscorebord bedienen; controleren of het scorebord de juiste stand aangeeft; indien noodzakelijk, het reserveformulier bijwerken en het aan de teller geven.

Aan het einde van de wedstrijd moet de assistent-teller: het Libero-formulier ondertekenen en afgeven voor controle aan de scheidsrechters; wedstrijdformulier tekenen.

 

 27

 

LIJNRECHTERS

 

27.1

 

Plaats

Als er slechts twee lijnrechters zijn, staan deze diagonaal tegenover elkaar, 1m tot 2m vanaf de hoeken van het veld, rechts van elk van de beide scheidsrechters. Iedere lijnrechter controleert hierbij zowel de achterlijn als de zijlijn aan zijn kant van het veld. Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB moeten er vier lijnrechters zijn. Zij staan in de vrije zone 1 - 3 m van iedere hoek van het veld in het denkbeel­dige verlengde van de lijn die zij moeten controleren. Commentaar.

  • Bij het serveren kan het zijn, dat de serveerder zich opstelt achter de lijnrechter. Ter beoordeling van de lijn en om de speler ruimte te geven is het wenselijk om achter de speler te gaan staan, desnoods achteruitlopend tot aan de rij reclameborden.

27.2

27.2.1

 

 

27.2.1.1

27.2.1.2

27.2.1.3

27.2.1.4

27.2.1.5

 

 

 

27.2.1.6

 27.2.1.7

 

27.2.2

Verantwoordelijkheden

De lijnrechters vervullen hun taken door het geven van tekens met een vlag van 40cm bij 40cm, zoals in tekening 12 is aangegeven.
Commentaar:

  • De vlaggen van de lijnrechters moeten identiek zijn.  

telkens als een bal nabij een lijn op de grond komt, geven zij ‘in’ of ‘uit’ aan. Dit geldt voor de eigen lijnen; als een bal ‘uit’ gaat en door de ontvangende ploeg is aangeraakt, geven zij dit aan; als de bal een antenne raakt, bij de opslag buiten de passeerruimte over het net gaat, enz., geven zij dit aan; als een speler, niet zijnde de serveerder, bij de opslag buiten zijn speelveld staat / loopt, geven zij dit aan; de lijnrechters die verantwoordelijk zijn voor de achterlijnen geven voetfouten van de serveerder aan;
Commentaar:

  • Indien er 4 lijnrechters aanwezig zijn dan geeft de lijnrechter die verantwoordelijk is voor de achterlijn de voetfouten van de serveerder aan. Als er twee lijnrechters aanwezig zijn  dan neemt de eerste scheidsrechter deze eventuele voetfouten voor zijn rekening en let de lijnrechter bij de opslag op de zijlijn.

als de speler de antenne (aan de kant van het speelveld waar de lijnrechter staat) aanraakt tijdens het spelen van de bal of door het aanraken het spel beïnvloedt; als de bal, gespeeld in de richting van de tegenpartij, buiten de passeerruimte over het net gaat of de antenne (aan de kant van het speelveld waar de lijnrechter staat) raakt.

Op verzoek van de eerste scheidsrechter moet een lijnrechter het gegeven teken herhalen.

 

28

 

OFFICIËLE  TEKENS

 

28.1

 

Tekens met de hand gegeven door de scheidsrechters   De scheidsrechters moeten, door het met de hand geven van het officiële teken, de reden van het fluiten aangeven (de aard van de fout waarvoor is gefloten of de reden voor de toegestane spelonderbreking). Het teken moet gedurende een ogenblik aangehouden worden. Als het teken met één hand wordt gegeven, gebeurt dit met de hand aan de zijde van de ploeg die de fout maakte of de spelonderbreking aanvroeg.

 

28.2

 

TEKENS MET DE VLAG GEGEVEN DOOR DE LIJNRECHTERS

De lijnrechters moeten door middel van de vlag en het officiële teken de aard van de gemaakte fout aangeven. Zij moeten het teken gedurende enige ogenblikken aanhouden.