Scheidsrechter procedures tijdens het volleybalspel
|
22 |
Scheidsrechterscorps en procedures |
|
22.1 |
Samenstelling Het scheidsrechterskorps bestaat bij een wedstrijd uit de volgende officials: Hun plaats wordt in tekening 10 aangegeven. Commentaar.
|
|
22.2 22.2.1 22.2.1.1 22.2.1.2
22.2.3.1
|
Procedures Alleen de eerste en de tweede scheidsrechter mogen tijdens de wedstrijd fluiten: De eerste scheidsrechter fluit voor de opslag en geeft gelijktijdig het teken voor de opslag, waarmee de rally begint. De eerste en tweede scheidsrechter fluiten voor het eind van de rally indien zij er zeker van zijn dat er een fout is gemaakt en zij de aard hiervan hebben vastgesteld.
Zij mogen, als het spel is onderbroken, fluiten om aan te geven dat zij een verzoek van een ploeg inwilligen of afwijzen.
Direct nadat de scheidsrechter fluit om het eind van de rally aan te geven, moet hij door middel van de officiële tekens aangeven: De tweede scheidsrechter volgt de eerste scheidsrechter door zijn tekens te herhalen. Bij een dubbelfout dienen beide scheidsrechters de handsignalen als volgt te geven: |
|
23 |
EERSTE SCHEIDSRECHTER |
|
23.1 |
Plaats De eerste scheidsrechter vervult zijn taken zittend of staand op een stoel / platform die / dat bij één van de uiteinden van het net is geplaatst. De ooghoogte moet ongeveer 50 cm boven de bovenkant van het net zijn. Commentaar:
|
|
23.2 23.2.1
23.2.2
23.2.4
|
Bevoegdheden De eerste scheidsrechter leidt het spel van begin tot aan het einde. Hij staat boven alle officials en de leden van de ploegen. Tijdens de wedstrijd zijn de beslissingen van de eerste scheidsrechter onherroepelijk. Hij is bevoegd de beslissingen van de andere officials ongeldig te verklaren als hij meent dat zij zich hebben vergist. De eerste scheidsrechter mag zelfs een official, die zijn taken niet naar behoren verricht, vervangen. De eerste scheidsrechter houdt eveneens toezicht op het werk van de ballenjongens en de dweilers. De eerste scheidsrechter heeft het recht over alle zaken betreffende het spel te beslissen, met inbegrip van die zaken waarin de spelregels niet voorzien.
De eerste scheidsrechter staat geen enkele discussie over zijn beslissingen toe. Op verzoek van de aanvoerder in het veld geeft hij echter uitleg over de toepassing en interpretatie van de spelregels op grond waarvan hij zijn beslissing heeft genomen. Als de aanvoerder in het veld, na direct kenbaar te hebben gemaakt het met de uitleg oneens te zijn, zich het recht heeft voorbehouden aan het eind van de wedstrijd over het voorval een officieel protest in te dienen, moet de eerste scheidsrechter dat goedkeuren. De eerste scheidsrechter beslist voor en tijdens de wedstrijd of de speelruimte, de uitrusting en de omstandigheden aan de voorschriften voldoen. |
|
23.3 23.3.1 23.3.1.1 23.3.1.2 23.3.1.3
23.3.2.1 23.3.2.2
23.3.2.3
|
Verantwoordelijkheden Vóór de wedstrijd moet de eerste scheidsrechter: de toestand van de speelruimte, de ballen en de overige voorzieningen controleren; in aanwezigheid van de officiële aanvoerders de toss verrichten; het inspelen van de ploegen controleren. Commentaar.
Tijdens de wedstrijd is alleen de eerste scheidsrechter bevoegd: waarschuwingen te geven aan de ploegen op te treden tegen wangedrag en spelophouden;
te beslissen met betrekking tot:
Aan het einde van de wedstrijd controleert en ondertekent hij het wedstrijdformulier. |
|
|
|
|
|
De tweede scheidsrechter vervult zijn taken staand buiten het speelveld nabij de paal aan de andere kant van het veld, tegenover de eerste scheidsrechter. |
|
24.2 24.2.1
24.2.2
24.2.3
24.2.4
24.2.5
24.2.6
24.2.7
24.2.8
24.2.9
|
Bevoegdheden De tweede scheidsrechter assisteert de eerste scheidsrechter maar heeft ook een eigen bevoegdheid. Als de eerste scheidsrechter niet meer in staat is zijn werk te doen, mag de tweede scheidsrechter hem vervangen. De tweede scheidsrechter mag zonder te fluiten ook fouten aangeven die niet binnen zijn directe verantwoordelijkheid vallen. Hij mag hierbij echter bij de eerste scheidsrechter niet aandringen. De tweede scheidsrechter houdt toezicht op het werk van de teller(s). De tweede scheidsrechter houdt toezicht op het gedrag van de leden van de ploegen die op de spelersbank zitten en vestigt de aandacht van de eerste scheidsrechter op eventueel wangedrag. De tweede scheidsrechter houdt toezicht op het gedrag van de spelers in de opwarmruimte. De tweede scheidsrechter staat de spelonderbrekingen toe, controleert de tijdsduur daarvan en wijst onjuiste verzoeken af. De tweede scheidsrechter controleert het aantal gebruikte time-outs en spelerswissels van beide ploegen en licht, als het de tweede time-out of de vijfde en zesde spelerswissel betreft, de eerste scheidsrechter en de betreffende coach hierover in.
Als een speler geblesseerd raakt, staat de tweede scheidsrechter een uitzonderlijke spelerswissel of drie minuten tijd voor herstel toe. De tweede scheidsrechter controleert de toestand van de vloer, hoofdzakelijk in de voorzone. Hij controleert tijdens de wedstrijd eveneens of de ballen nog aan de reglementaire voorwaarden voldoen.
De tweede scheidsrechter houdt toezicht op de leden van de ploeg die zich in de strafruimte bevinden en meldt hun misdragingen / wangedrag bij de eerste scheidsrechter. |
|
24.3 24.3.1
24.3.2.1 24.3.2.2
24.3.2.4 24.3.2.5 24.3.2.6 24.3.2.7 24.3.3 |
Verantwoordelijkheden Bij het begin van iedere set, na het wisselen van speelveld in de beslissende set en wanneer dat overigens nodig is, controleert de tweede scheidsrechter of de spelers inderdaad overeenkomstig de opstellingsbriefjes in het veld staan. Commentaar.
De tweede scheidsrechter beslist, waarbij hij fluit en het desbetreffende teken geeft, tijdens de wedstrijd over: het aanraken van het veld van de tegenpartij en het onder het net door in de ruimte van de tegenpartij komen; opstellingsfouten van de ploeg die de opslag ontvangt; Commentaar.
het door een speler foutief aanraken van het onderste gedeelte van het net en de antenne aan zijn kant van het veld door iedere speler die de bal speelt of probeert te spelen; fouten van de achterspelers bij het blokkeren en een blokpoging van de Libero; het contact van de bal met een vreemd voorwerp; het contact van de bal met de vloer, als de eerste scheidsrechter niet in staat is dit contact te zien; de bal die, aan zijn kant van het speelveld, geheel of gedeeltelijk buiten de passeerruimte over het net in de richting van de tegenstander gaat of de antenne raakt. Aan het einde van de wedstrijd ondertekent hij het wedstrijdformulier. |
|
25 |
DE TELLER |
|
25.1 |
Plaats De teller vervult zijn taken zittend aan de tellerstafel, aan de andere kant van het net, tegenover de eerste scheidsrechter. |
|
25.2
25.2.1 25.2.1.1
25.2.1.2
25.2.2 25.2.2.1
25.2.2.2
25.2.2.3
25.2.2.4 25.2.2.5
25.2.2.6
25.2.2.7 25.2.3 25.2.3.1 25.2.3.2
25.2.3.3 |
Verantwoordelijkheden
De teller noteert voor het begin van de wedstrijd en elke set: overeenkomstig de reglementaire voorschriften de gegevens van de wedstrijd en van de ploegen, naam en nummer van de Libero en laat de aanvoerders en coaches tekenen; Commentaar:
de beginopstelling van iedere ploeg vanaf de opstellingsbriefjes. Als hij de opstellingsbriefjes niet tijdig ontvangt, meldt hij dit direct aan tweede scheidsrechter. De teller moet tijdens de wedstrijd: de door elke ploeg gemaakte punten noteren;
de opslagvolgorde van elke ploeg controleren en eventuele fouten direct na de opslag aan de scheidsrechters melden;
de time-outs en spelerswissels noteren, het aantal en de nummers van de spelers hiervan controleren en de tweede scheidsrechter hierover inlichten; aan de scheidsrechter melden als een aanvraag voor spelonderbreking onjuist is; de scheidsrechters er op attenderen als een set is afgelopen, het begin en einde aangeven van een technische time-out en als er in de beslissende set 8 punten zijn behaald; maatregelen noteren; Commentaar:
noteren van alle gebeurtenissen, gemeld door de tweede scheidsrechter, zoals:
Aan het einde van de wedstrijd moet de teller: de eindstand noteren; in geval van een protest, met voorafgaande toestemming van de eerste scheidsrechter, een verklaring met betrekking tot het voorgevallene op het wedstrijdformulier noteren of de officiële aanvoerder dit laten doen; Commentaar:
na zelf het wedstrijdformulier te hebben getekend, de officiële aanvoerders en vervolgens de scheidsrechters het wedstrijdformulier laten tekenen. |
|
26 |
ASSISTENT-TELLER |
|
26.1 |
PLAATS De assistent-teller vervult zijn taken zittend aan de tellerstafel naast de teller |
|
26.2 26.2.1 26.2.1.1 26.2.1.2 26.2.2 26.2.2.1 26.2.2.2 26.2.2.3 26.2.2.4 26.2.2.5 26.2.2.6 26.2.3 26.2.3.1 26.2.3.2 |
Verantwoordelijkheden Voor het begin van de wedstrijd en elke set moet de assistent-teller: het Libero-formulier in orde maken; het reserve wedstrijdformulier in orde maken; Tijdens de wedstrijd moet de assistent-teller: de Libero-vervangingen noteren; eventuele fouten bij de Libero-vervangingen melden aan de scheidsrechters; begin en einde van een technische time-out aangeven; het handscorebord bedienen; controleren of het scorebord de juiste stand aangeeft; indien noodzakelijk, het reserveformulier bijwerken en het aan de teller geven. Aan het einde van de wedstrijd moet de assistent-teller: het Libero-formulier ondertekenen en afgeven voor controle aan de scheidsrechters; wedstrijdformulier tekenen. |
|
27 |
LIJNRECHTERS |
|
27.1 |
Plaats Als er slechts twee lijnrechters zijn, staan deze diagonaal tegenover elkaar, 1m tot 2m vanaf de hoeken van het veld, rechts van elk van de beide scheidsrechters. Iedere lijnrechter controleert hierbij zowel de achterlijn als de zijlijn aan zijn kant van het veld. Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB moeten er vier lijnrechters zijn. Zij staan in de vrije zone 1 - 3 m van iedere hoek van het veld in het denkbeeldige verlengde van de lijn die zij moeten controleren. Commentaar.
|
|
27.2 27.2.1
27.2.1.1 27.2.1.2 27.2.1.3 27.2.1.4 27.2.1.5
27.2.1.6 27.2.1.7
27.2.2 |
Verantwoordelijkheden De lijnrechters vervullen hun taken door het geven van tekens met een vlag van 40cm bij 40cm, zoals in tekening 12 is aangegeven.
telkens als een bal nabij een lijn op de grond komt, geven zij ‘in’ of ‘uit’ aan. Dit geldt voor de eigen lijnen; als een bal ‘uit’ gaat en door de ontvangende ploeg is aangeraakt, geven zij dit aan; als de bal een antenne raakt, bij de opslag buiten de passeerruimte over het net gaat, enz., geven zij dit aan; als een speler, niet zijnde de serveerder, bij de opslag buiten zijn speelveld staat / loopt, geven zij dit aan; de lijnrechters die verantwoordelijk zijn voor de achterlijnen geven voetfouten van de serveerder aan;
als de speler de antenne (aan de kant van het speelveld waar de lijnrechter staat) aanraakt tijdens het spelen van de bal of door het aanraken het spel beïnvloedt; als de bal, gespeeld in de richting van de tegenpartij, buiten de passeerruimte over het net gaat of de antenne (aan de kant van het speelveld waar de lijnrechter staat) raakt. Op verzoek van de eerste scheidsrechter moet een lijnrechter het gegeven teken herhalen. |
|
28 |
OFFICIËLE TEKENS |
|
28.1 |
Tekens met de hand gegeven door de scheidsrechters De scheidsrechters moeten, door het met de hand geven van het officiële teken, de reden van het fluiten aangeven (de aard van de fout waarvoor is gefloten of de reden voor de toegestane spelonderbreking). Het teken moet gedurende een ogenblik aangehouden worden. Als het teken met één hand wordt gegeven, gebeurt dit met de hand aan de zijde van de ploeg die de fout maakte of de spelonderbreking aanvroeg. |
|
28.2 |
TEKENS MET DE VLAG GEGEVEN DOOR DE LIJNRECHTERS De lijnrechters moeten door middel van de vlag en het officiële teken de aard van de gemaakte fout aangeven. Zij moeten het teken gedurende enige ogenblikken aanhouden. |

