De reglementaire spelonderbrekingentijdens het volleybal zijn de time-outs en de spelerswissels

Coaches en aanvoerders mogen deze volleybal onderbrekingen aanvragen

Time-outs en wissels gelden als officiele spelonderbrekingen tijdens het volleybal

Zoeken op de site

Laatste update

05-09-2010 13:57

Spelonderbrekingen tijdens het volleybalspel

 15

REGLEMENTAIRE SPELONDERBREKINGEN

De reglementaire spelonderbrekingen zijn de time-outs en de spelerswissels.

 

15.1

 

AANTAL REGLEMENTAIRE SPELONDERBREKINGEN
Elke ploeg heeft recht op ten hoogste twee time-outs en zes spelerswissels per set.
Commentaar:

  • Een coach heeft het recht aan de tweede scheidsrechter het aantal verbruikte spelerswisselingen cq time-outs te vragen. Hierbij gaat het om het aantal door de ploeg gebruikte time-outs en spelerswissels. Of voor één of meer spelers persoonlijk de wisselmogelijkheden al of niet zijn uitgeput, is hier niet aan de orde. De tweede scheidsrechter moet de vraag van een aanvoerder of coach of een bepaalde wissel nog mogelijk is beantwoorden. Hij hoeft echter niet eigener beweging te waarschuwen dat in de lopende set bepaalde spelers, binnen regels 15.6.2 en 15.6.3, niet meer tegen elkaar mogen worden gewisseld.

 15.2

15.2.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

15.2.2

 Aanvraag van reglementaire spelonderbrekingen

Spelonderbrekingen mogen uitsluitend door de coach of de aanvoerder in het veld worden aangevraagd. De aanvraag geschiedt door het met de hand zichtbaar maken van het betreffende teken als de bal uit het spel is en vóór fluitsignaal voor opslag. Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB is het verplicht gebruik te maken van een zoemer en daarna het betreffende teken te maken. Commentaar.

  • In de Nederlandse competitie is het gebruik van een zoemer alleen in de eredivisie verplicht gesteld. Voor de overige divisies en klassen geldt het met de hand zichtbaar maken van het betreffende teken.
  • Bij misbruik maken van de zoemer zal de scheidsrechter een maatregel voor spelophouden opleggen.
  • Indien de tweede scheidsrechter vergeet een time-out of spelerswissel te melden is dat geen fout waartegen een coach kan protesteren cq. juryberaad kan aanvragen. Indien er geen coach aanwezig is, dient voornoemde informatie door de eerste scheidsrechter te worden doorgegeven aan de aanvoerder in het veld.
  • Een door de coach gedane aanvraag voor een spelerswissel is rechtsgeldig en kan door de aanvoerder niet teniet worden gedaan (andersom geldt ook).
  • Een aangevraagde en door een scheidsrechter toegestane spelerswissel mag worden ingetrokken. Dit moet echter wel als spelophouden worden aangemerkt.
  • Aanvoerder en coach vragen gelijktijdig een spelonderbreking aan. De een voor time-out, de ander voor een spelerswissel. In de regel wordt de aanvraag voor een time-out eerder gehonoreerd. Als de aanvrager van de wissel spijt krijgt van zijn aanvraag, dan mag hij deze intrekken. Uiteraard kunnen ook time-out en spelerswissel doorgang vinden.
  • Een spelonderbreking mag ook tijdens de veldwisseling in de beslissende set worden aangevraagd. Zij mag pas worden uitgevoerd nadat de procedure van wisselen van speelhelft is beëindigd.
  • Als een scheidsrechter een verzoek tot een reglementaire spelonderbreking (time-out of spelerswissel) toestaat, moet hij dit door middel van het desbetreffende scheidsrechtersteken èn een fluitsignaal kenbaar maken.
  • Als de tweede scheidsrechter voor een aangevraagde spelonderbreking heeft gefloten, mag de eerste scheidsrechter niet ook nog eens fluiten. Wel dient hij de tweede scheidsrechter te volgen door het desbetreffende scheidsrechtersteken te herhalen.

Een spelerswissel mag voor de aanvang van een set worden aangevraagd. Deze moet dan als reglementaire spelerswissel in die set worden genoteerd.

 

15.3

 

 

15.3.1

 

15.3.2

 

Opeenvolging van spelonderbrekingen Commentaar:

  • Tijdens een time-out en tijdens een spelonderbreking voor de verzorging van een geblesseerde speler mag een spelerswissel worden aangevraagd.

Per ploeg mogen opeenvolgend, zonder dat het spel tussentijds hervat behoeft te worden, één of twee time-outs en één spelerswissel plaatsvinden.

Een ploeg mag echter niet twee spelerswissels na elkaar aanvragen zonder dat het spel tussentijds is hervat. Twee of meer spelers mogen tijdens dezelfde spelonderbreking worden vervangen.

 

15.4

15.4.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 

15.4.2

 

Time-outs en Technische Time-outs

Alle aangevraagde time-outs duren 30 seconden.
Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB geldt:

  • Set 1 t/m set 4: Twee extra technische time-outs van ieder 60 seconden, die automatisch worden toegekend als de voorstaande ploeg op 8 of 16 komt.
  • In de beslissende (vijfde) set zijn er geen technische time-outs en mogen er door elke ploeg twee reglementaire time-outs van 30 seconden worden aangevraagd.

 Commentaar.

  • De spelregels geven aan dat er bij wereldcompetities en officiële competities van de FIVB technische time-outs worden toegepast. Deze regel geldt NIET voor wedstrijden lager dan de eredivisie. Bij deze wedstrijden heeft iedere ploeg in alle sets twee vrij opneembare time-outs.
  • In het nationale bekertoernooi is deze regel ook van toepassing indien er twee eredivisie ploegen tegen elkaar spelen.
  • Zie ook 5.1.2.2 (1e commentaar) of 15.5 (3e commentaar) indien de scheidsrechter zijn aanvankelijke beslissing terugdraait.

Tijdens alle time-outs moeten de veldspe­lers naar de vrije zone nabij hun spelers­bank gaan.
Commentaar.

  • Tijdens een time-out gaan de spelers uit het veld naar de vrije zone nabij hun spelersbank, d.w.z. ze gaan naar hun coach toe. Het veld is dan vrij en kan eventueel worden gedweild. Internatio­naal is het gebruikelijk dat de coach het overleg met zijn spelers staande, nabij zijn plaats op de bank, voert. Ook de wisselspelers mogen staande bij dit overleg aanwezig zijn. De regel dat de coach en de wisselspelers alleen zittend op de bank aanwijzingen mogen geven is op dat moment niet van toepassing. De coach gaat dus niet naar zijn spelers toe, maar zij komen bij hem. Heeft een ploeg geen coach, dan gaan de spelers toch naar de vrije zone nabij hun spelersbank. Is daar niet veel ruimte, dan gaan zij op of nabij de zijlijn daar ter plaatse staan. Zij blijven dus niet duidelijk in het veld staan, maar maken dit veld vrij, ook als zijzelf of hun coach overleg niet nodig vinden. Ondanks het feit dat de bank niet tot de vrije zone behoort, mogen de spelers tijdens een time-out rustig op de bank gaan zitten, daar ze dan de intentie van de regel, het vrijmaken van het speelveld volgen.

 15.5

 Spelerswissels

Een spelerswissel is (nadat de teller e.e.a. heeft vastgelegd op het wedstrijdformulier) het verlaten van het speelveld door een speler, waarbij een andere speler diens plaats inneemt (uitgezonderd de Libero). Voor een spelerswissel is  toestemming van de scheidsrechter nodig.
Commentaar.

  • voor de beperkingen: zie regel 15.6
  • voor de spelersvervangingen met een Libero: zie regel 19.3.2
  • In verband met een scheidsrechterlijke beslissing vraagt een ploeg een spelonderbreking (wissel of time-out) aan en realiseert deze. De scheidsrechter herziet daarna echter zijn aanvankelijke beslissing. De al gerealiseerde spelonderbreking mag dan worden herroepen en geannuleerd, ook voor wat betreft het totaal aantal toegestane spelonderbrekingen (Zie ook commentaar bij regel 15.1).
  • Als de coach om een spelerswissel vraagt, dient hij het officiële teken hiertoe te geven. Als hij enkel opstaat en/of roept, kan de scheidsrechter niet weten wat er bedoeld wordt en hoeft hij niet te reageren. 

 15.6

15.6.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 15.6.2

 

15.6.3

 Beperking van het aantal spelerswissels

Een ploeg mag ten hoogste zes spelerswissels per set uitvoeren. Eén of meer spelers mogen gelijktijdig worden gewisseld.
Commentaar.

  • Na het overhandigen van het opstellingsbriefje en het noteren hiervan op het wedstrijdformulier mag (nog voor het spel is begonnen) een reglementaire wissel worden aangevraagd en uitgevoerd. Het onderling van plaats veranderen van spelers in de basisopstelling is hierbij niet toegestaan.
  • Indien er meer dan één spelerswissel wordt aangevraagd, dient de coach hiertoe direct na het officiële handteken het aantal vingers te tonen van het aantal te wisselen spelers. Deze wissels dienen per paar te geschieden binnen de wisselzone. Teneinde het zicht van de teller niet te ontnemen, dient de tweede scheidsrechter op de kruising te staan van de wisselzone en de zijlijn, en de twee (derde) te wisselen speler uit de wisselzone te sturen. Nadat het eerste paar door de teller correct is bevonden en administratief verwerkt is, kan de volgende spelerswissel plaatsvinden.

Een speler uit de basisopstelling mag het spel verlaten en weer terugkomen, doch slechts op zijn oorspronkelijke plaats in de opstelling. Hij mag dit slechts éénmaal per set doen.

Een wisselspeler mag slechts éénmaal per set op de plaats van een speler uit de basisopstelling worden ingezet. Hij kan dan slechts weer door diezelfde speler uit de basisopstelling worden vervangen.

 

15.7

 

Uitzonderlijke spelerswissel

Een geblesseerde speler (uitgezonderd de Libero), die niet verder kan spelen, moet reglementair worden gewisseld. Als dit niet mogelijk is, heeft de ploeg recht op een uitzonderlijke spelerswissel, die niet aan de normen van regel 15.6 voldoet.

Bij een uitzonderlijke spelerswissel mag elke speler (uitgezonderd de Libero of zijn vervanger), die niet in het veld staat op het moment dat de blessure plaatsvindt, de plaats van de geblesseerde speler innemen. De geblesseerde speler die uitzonderlijk gewisseld is, mag gedurende de rest van de wedstrijd niet meer terugkeren in het veld. Een uitzonderlijke spelerswissel telt in geen enkel geval mee voor het aantal spelerswissels. Commentaar:

  • De tweede scheidsrechter is bevoegd te beoordelen of het verantwoord is, dat een speler na het oplopen van een blessure al dan niet verder speelt. In verband hiermede mag hij eventueel een spelerswissel opleggen of - als dit niet mogelijk is - de wedstrijd afbreken.
  • Bij het constateren van een blessure moet de scheidsrechter afhankelijk van de situatie optreden. Een korte onderbreking van het spel voor iemand die even loopt te hinken is toegestaan. Een wat langerdurend oponthoud voor de verzorging in het veld van een wat ernstiger blessure en het daarna uit het veld dragen van betrokkene kan ook toelaatbaar zijn. In alle andere gevallen moet strikt volgens de regels worden gehandeld, d.w.z. snel reglementair of eventueel uitzonderlijk vervangen. Kan dit niet, dan een pauze voor verzorging van ten hoogste 3 minuten opleggen.
  • Bij het constateren van een ernstige blessure in het veld, moet de scheidsrechter direct de rally affluiten en dubbelfout geven en de blessure voorrang geven om te laten behandelen.
  • Een speler die door een blessure zelf niet meer redelijk aan het spel deel kan nemen, moet het speelveld verlaten, ongeacht de gevolgen voor de ploeg.
  • Bij het hier vermelde uitzonderlijk wisselen gaat het om spelers die op zichzelf bij de betreffende wedstrijd wel speelgerechtigd zijn (voor de wedstrijd op het wedstrijdformulier genoteerd en de controle persoon-kaart-wedstrijdformulier heeft plaatsgevonden) maar die op dat moment niet reglementair op die plaats mogen worden ingewisseld. Iemand van wie de kaartcontrole nog niet heeft plaatsgevonden, mag bij een blessure dus niet invallen.
  • Als bij een blessure een uitzonderlijke spelerswissel nodig is, mogen hierin naar keuze van de aanvoerder of de coach, alle op dat moment op de bank zittende en/of in de opwarmruimte verblijvende spelers worden betrokken, ongeacht of (en zo ja: waar) zij in de lopende set al in het veld zijn geweest.
  • Een wegens een blessure uitzonderlijk gewisselde speler kan uiteraard niet meer worden ingewisseld. Wordt zo'n spelerswissel aangevraagd, dan moet hiertegen conform regel 16 (spelophouden) worden opgetreden. Deze speler mag, na de verzorging, wel op de spelersbank plaats nemen.
  • In hetzelfde “dode” moment dat een de uitzonderlijke spelerswissel wordt uitgevoerd mag een reguliere spelerswissel worden aangevraagd en uitgevoerd nadat de uitzonderlijke spelerswissel is geregistreerd op het wedstrijdformulier.

15.8

Spelerswissel bij ‘uit het veld sturen’ of diskwalificatie
Een uit het veld gestuurde of gediskwalificeerde speler moet
reglementair worden gewisseld. Als dit niet mogelijk is, wordt zijn ploeg onvolledig verklaard.
Commentaar.

  • Zie regel 6.4.3. (gevolgen van onvolledig verklaren).

15.9

15.9.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
15.9.2

 

15.9.2.1 15.9.2.2 15.9.2.3

Onreglementaire spelerswissel

Een spelerswissel is, behalve in geval van regel 15.7, onreglementair als deze niet voldoet aan de voorwaarden die in regel 15.6 zijn aangegeven.
Commentaar.

  • Er kan een spraakverwarring zijn tussen de begrippen "onjuiste verzoeken" en "onreglementaire spelerswissel". Een "onjuist verzoek" (regel 15.6) is een verzoek dat op dat moment of door die persoon niet had mogen worden gedaan. Hiertoe behoort ook het aanvragen van een 7e wissel of een 3e time-out in één set. Zo'n aanvraag moet worden afgewezen.         Als het verzoek niet heeft geleid tot beïnvloeding van het spel, inclusief spelophouden en het de eerste maal in die wedstrijd was, wordt er verder geen straf opgelegd. Heeft het wel geleid tot spelophouden en/of was er sprake van herhaling in die wedstrijd, dan wordt gestraft voor spelophouden (regels 16.1.1 en 16.2). Bij een "onreglementaire spelerswissel" (regel 15.9) gaat het om spelers die op de gevraagde wijze (strijdig met de regel 15.6.2 & 15.6.3) niet tegen elkaar mogen worden gewisseld. Een aanvraag voor zo'n wissel moet (uiteraard) ook worden geweigerd en de ploeg moet worden gestraft wegens spelophouden (regel 16). Voor alle volledigheid zij hier aangetekend, dat volgens de letterlijke bewoording van regel 15.6.3 het overschrijden van het aantal toegestane spelerswissels (dus het aanvragen van een 7e wissel) eigenlijk ook "onreglementair" zou moeten worden genoemd. De redactie van regel 15.11.1.4 laat er echter geen twijfel over bestaan dat het aanvragen van een 7e wissel als "onjuist verzoek" moet worden bestraft. Wordt het feit, dat de aanvraag voor een wissel "onjuist" of "onreglementair" was, niet direct geconstateerd, waardoor de betrokken speler in het veld komt, maar wordt deze fout nog voor de eerstvolgende spelhervatting (fluitsignaal voor opslag) opgemerkt, dan moet de fout alsnog direct worden hersteld, waarbij in geval van een "onjuist verzoek" in het algemeen sprake is van spelophouden, zodat  -evenals in geval van een "onreglementaire wissel"- bestraffen wegens spelophouden op zijn plaats is. Wordt de fout pas na spelhervatting opgemerkt, dan is in beide gevallen sprake van gespeeld hebben in een foute opstelling en moet dienovereenkomstig worden gehandeld (ook regel 15.9.2).

 

Als een ploeg een onreglementaire spelerswissel heeft uitgevoerd en het spel is hervat moet als volgt worden gehandeld: de ploeg wordt bestraft met het verlies van de rally de spelerswissel wordt hersteld de punten die de in overtreding zijnde ploeg na het maken van de fout heeft behaald, worden geannuleerd. De punten van de tegenpartij blijven gehandhaafd.
Commentaar.

  • Een onreglementaire wissel blijft een wissel. De       corrigerende terugwisseling is ook een wissel. Het herstellen van een onreglementaire wissel heeft de ploeg dus twee wisselbeurten gekost. Bovendien blijven de gevolgen van uit-, resp. ingewisseld zijn en omgekeerd van de betreffende spelers van kracht. Een en ander geldt niet als de foute wissel in feite direct wordt opgemerkt en nog voor het fluitsignaal voor spelhervatting (= de volgende opslag) wordt hersteld.
  • Het aanvragen van een onreglementaire wissel wordt, als het een verkeerde wissel (strijdig met de regels 15.6.1 & 15.6.2) betreft, conform regel 16 (spelophouden) bestraft. Gaat het om het aanvragen van de 7e wissel in die set (strijdig met regel 15.6.1), dan moet conform regel 15.11worden opgetreden.           Is een aanvraag van een spelerswissel niet slechts de 7e in die set maar betreft het bovendien een verkeerde wissel, dan moet die aanvraag conform regel 15.11.1.4 worden bestraft.

15.10

15.10.1

 

15.10.2

 

15.10.3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



15.10.4

De procedure bij spelerswissels

Spelerswissels moeten binnen de wisselzone op eigen speelhelft worden uitgevoerd.

Een spelerswissel duurt slechts zolang als nodig is voor het noteren ervan op het wedstrijdformulier en voor het betreden / verlaten van het speel­veld door de spelers.

Op het moment van de aanvraag moet(en) de in te wisselen speler(s) speelklaar nabij de wisselzone staan. Als dit niet het geval is, wordt de spelerswissel niet toegestaan. Dit leidt tot een maatregel voor spelophouden voor de ploeg. Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB en de eredivisie moeten genum­merde bordjes (1 t/m 18) worden gebruikt om het wisselen te verge­makkelijken.
Commentaar.

  • Er wordt op gewezen dat het bovenstaande geldt voor de in te wisselen speler, niet voor de het veld verlatende speler. Is deze speler de oorzaak van oponthoud bij de wissel, dan is dat gewoon spelophouden en gaat de wissel wel door.
  • Het aan komen lopen van een speler voor een wissel, op het moment dat een coach een spelerswissel aanvraagt, is slechts dan fout, als de speler op het moment van fluiten van de scheidsrechter niet in de onmiddellijke nabijheid van de coach is. Is dit het geval, dan gaat de wissel niet door en moet de eerste scheidsrechter de maatregel van spelophouden opleggen. Is op het moment van een aanvraag voor een    dubbele wissel één speler in de nabijheid van de coach en de tweede speler niet, dan mag slechts de eerste wissel doorgaan en wordt de tweede wissel, zonder maatregel, afgewezen.
  • Brengt het uittrekken van een kledingstuk bij een spelerswissel geen oponthoud met zich mee, dan behoeft dit uittrekken niet als fout te worden aangemerkt. Leidt het uittrekken van een kledingstuk wel tot rekken van de wisseltijd, dan is dat fout en moet de straf op het niet speelklaar staan van de in te wisselen  speler worden toegepast. Ook in het eerste geval moet de wisselspeler wel tijdig in de wisselzone staan.

Als een ploeg meer dan één spelerswissel wil doorvoeren, moet het aantal bij de aanvraag aangeven worden. Deze spelerswissels moeten dan na elkaar plaatsvinden, tweetal na tweetal. Commentaar.

  • Worden twee of meer spelerswissels gelijktijdig aangevraagd, dan moeten deze na elkaar worden uitgevoerd. Bovendien moet elk van deze wisselingen apart op de eigen merites worden beoordeeld. Is één van deze spelerswissels "onreglementair" of zou een wissel de 7e in die set worden (regel 15.11.1.4) dan moet daarvoor de desbetreffende straf worden opgelegd, terwijl de wel correcte wissels zonder meer doorgang kunnen vinden.

15.11

 

 

 

 

 

 

 

15.11.1 15.11.1.1

15.11.1.2 15.11.1.3

15.11.1.4

15.11.2

15.11.3

Onjuiste verzoeken Commentaar.

  • Op het moment dat het spel stilligt doordat een scheidsrechter bij vergissing voor de in regel 15.11 bedoelde onjuiste aanvraag voor spelonderbreking heeft gefloten, heeft geen van de beide ploegen het recht een spelonderbreking (time-out of spelerswissel) aan te vragen. Het spel moet eerst door middel van een opslag worden hervat.
  • Zie commentaar bij regel 15.9.1 (verschil tussen "onjuiste verzoeken" en "onreglementaire spelerswissel").
  • Het eerste onjuiste verzoek in een wedstrijd wordt, als het spel daardoor niet wordt beïnvloed of opgehouden, zonder verdere maatregelen geweigerd. Wordt het spel wel beïnvloed of opgehouden, dan wordt dit de ploeg als spelophouden aangerekend. Een tweede en eventueel volgend onjuist verzoek in dezelfde wedstrijd wordt steeds bestraft als spelophouden (teken 25).

Het is onjuist een onderbreking aan te vragen: tijdens een rally, dan wel op het moment van of na het  fluitsignaal voor opslag; door een lid van de ploeg, dat daartoe niet gerechtigd is; ten behoeve van een spelerswissel voordat het spel na een vorige spelerswissel door dezelfde ploeg is hervat; nadat het toegestane aantal time-outs en spelerswissels is benut.

Het eerste onjuiste verzoek dat het spel niet beïnvloedt of ophoudt, moet worden afgewezen. Deze afwijzing heeft geen verdere gevolgen.

Een herhaald onjuist verzoek is een vorm van spelophouden.

 

16

 

SPELOPHOUDEN

 

16.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 

16.1.1

 

16.1.2

 

 


16.1.3

 
16.1.4
 

 


16.1.5

 

Vormen van spelophouden Commentaar.

  • Alle vormen van spelophouden en de hierbij te nemen maatregelen zijn systematisch in één regel samengebracht. Spelophouden komt dus niet in de rubriek "wangedrag" voor. Het bijzondere hierbij is dat spelophouden als een ploeggebeuren wordt aangemerkt. Maatregelen: de eerste keer spelophouden leidt tot een "waarschuwing" (teken 25). De tweede en elke volgende keer spelophouden in die wedstrijd in welke vorm door welk lid van die ploeg dan ook, levert een "bestraffing" (gele kaart) op. Een ploeg kan in een wedstrijd dus meer dan één bestraffing wegens spelophouden krijgen.
  • In geval van een blessure moet de scheidsrechter het spel stilleggen, respectievelijk wachten met fluiten voor de opslag. Als na een korte onderbreking, bijvoorbeeld voor iemand die even loopt te hinken, de betrokkene niet snel genoeg weer speelklaar is en de aanvoerder of coach geen spelerswissel (reglementair of uitzonderlijk) aanvraagt, dan moet de tweede scheidsrechter deze spelerswissel opleggen. Het door de aanvoerder of coach niet uit eigen beweging aanvragen  van deze wissel moet niet worden aangemerkt als spelophouden. Als na de spelerswissel de ploeg zich op het betreffende signaal van de scheidsrechter niet redelijk snel opstelt, dan kan de scheidsrechter dit aanmerken als het te lang duren van de spelerswissel en als spelophouden bestraffen. In dit soort gevallen zal de scheidsrechter dus altijd situatief, d.w.z. afhankelijk van de situatie van dat moment, moeten handelen en niet te snel een waarschuwing geven.
  • Zoals uit de tweede zin van 16.1 blijkt, is de hier gegeven opsomming niet limitatief. Als een coach, verzorger of wisselspeler door zijn gedrag het spel ophoudt, is dit ook fout.

Onjuist gedrag van een ploeg, waardoor spelhervatting wordt vertraagd, wordt beschouwd als spelophouden. Hiertoe worden onder meer gerekend:

te lang laten duren van een spelerswissel;
Commentaar:

  • Zie regel 15.9 (aangevraagde wissel is niet alleen de 7e wissel in die set, maar ook onreglementair).
  • Zie regel 15.10.2 (wisselspeler moet nog kledingstuk uittrekken).

andere spelonderbrekingen laten voortduren na gemaand te zijn het spel te hervatten;

aanvragen van een onreglementaire spelerswissel; Commentaar.

  • Vraagt een aanvoerder of een coach gelijktijdig twee onreglementaire spelerswissels aan, dan wordt dit beschouwd als éénmaal spelophouden.

herhalen van een onjuist verzoek;

het ophouden van het spel door een lid van de ploeg. Commentaar.

  • Een schoenveter vastmaken, een bril rechtbuigen en vergelijkbaar oponthoud behoeft niet direct als spelophouden te worden bestraft. Is een en ander naar de mening van de scheidsrechter echter een verkapte vorm van tijdrekken, dan zal de scheidsrechter zich wat formeler moeten opstellen en inderdaad de desbetreffende sanctie nemen.
  • Het verlies van een contactlens is volledig voor risico van de betreffende speler. Geen oponthoud mag worden gegeven voor het zoeken en ook niet voor de tijd benodigd voor het inzetten van een reservelens. Wisselen of doorspelen met een lens is de enige oplossing.
  • Te laat inleveren van opstellingsbriefjes.

 16.2

16.2.1

16.2.1.1

16.2.1.2

 

16.2.2

 

 

 
16.2.3

 

 
16.2.4

Maatregelen bij spelophouden

De maatregel voor een waarschuwing en bestraffing wegens spelophouden gelden voor de ploeg. Maatregelen voor spelophouden blijven de gehele wedstrijd van kracht. Alle maatregelen voor spelophouden worden vermeld op het wedstrijdformulier.

De eerste maal spelophouden door een lid van de ploeg in een wedstrijd leidt tot een waarschuwing wegens spelophouden. Commentaar.

  • Na een maatregel voor spelophouden bij een ploeg moet eerst een rally gespeeld worden voordat een nieuw verzoek van een spelerswissel of time-out door dezelfde ploeg gehonoreerd kan worden.
  • Bij spelophouden voor de aanvang van een set moet analoog aan regel 21.5 worden gehandeld.

De tweede en daarop volgende malen spelophouden, van welke vorm dan ook, door welk lid van de ploeg dan ook in dezelfde wedstrijd betekenen een fout en leiden tot een bestraffing wegens spelophouden: verlies van een rally.

Maatregelen voor spelophouden vóór of tussen de sets worden van kracht in de daaropvolgende set.

 

17

 

Uitzonderlijke spelonderbrekingen

 

17.1

17.1.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 17.1.2

 

 

Blessure.

Bij een ernstig ongeval moet de scheidsrechter, als de bal in het spel is, het spel onmiddellijk stopzetten en toestaan dat op het veld medische hulp wordt verleend. De rally wordt daarna overgespeeld.
Commentaar.

  • Bij het opmerken van een blessure moet de scheidsrechter het spel direct stil leggen (dubbelfout). Merkt hij de blessure pas na afloop van de rally op, dan moet hij de situatie beoordelen. Heeft de blessure invloed gehad op het spel van de betreffende ploeg, dan dubbelfout geven. Had de blessure geen invloed, dus heeft de ploeg in feite gewoon doorgespeeld of had de ploeg gewoon door kunnen spelen, dan geen dubbelfout geven, maar blijft het resultaat van de rally intact. Bij dit laatste kan worden gedacht aan de situatie dat een speler op dat moment niet aan het spel deelnam en ook de medespelers er niet door werden gehinderd of afgeleid, of de situatie dat een speler de bal hard op zijn hoofd kreeg en hierdoor wat "dizzy" werd, maar de bal daarna rechtstreeks naar tribune, plafond o.i.d. ging en dus voor de ploeg niet meer speelbaar was.

Als een geblesseerde speler niet reglementair of uitzonderlijk kan worden vervangen, wordt aan de speler een pauze van drie minuten voor herstel toegestaan; voor dezelfde speler echter slechts éénmaal in de wedstrijd. Als de speler niet verder kan spelen wordt zijn ploeg onvolledig verklaard.
Commentaar.

  • Bij het oplopen van een blessure tijdens het inspelen dient te worden gehandeld als bij het oplopen van een blessure tijdens het spelen.
  • Zie regel 6.4.3 (gevolgen van onvolledig verklaren door een blessure).
  • Zie regel 15.7 (bij blessure niet te snel een uitzonderlijke wissel opdragen of laten uitvoeren).
  • Zie regel 15.7 (bij uitzonderlijk wisselen moet de in te wisselen speler op dat moment wel speelgerechtigd zijn).
  • Mochten inmiddels al 6 wissels gegeven zijn, mag de uitzonderlijke wissel toch doorgang vinden want deze telt, conform regel 15.7, niet mee.

17.2

Beïnvloeding van buitenaf Als het spel door een van buitenaf komende oorzaak wordt beïnvloed, moet het spel worden stilgelegd en moet de rally worden overgespeeld. Commentaar.

  • Voorbeelden van externe oorzaken die het spel kunnen beïnvloeden: een bal die vanaf een naastliggend veld het speelveld binnen rolt, lekkage dak, overmatige condensvorming op de vloer, etc. 

17.3

17.3.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 17.3.2

17.3.2.1

 

17.3.2.2

 

17.3.3

Langdurende spelonderbrekingen

Als door onvoorziene omstandigheden het spel wordt onderbroken nemen de eerste scheidsrechter, de wedstrijdorganisatie en de jury, als die aanwezig is, maatregelen om de normale toestand te herstellen. Commentaar

  • Indien het spel door onvoorziene omstandigheden wordt onderbroken voor minimaal 15 minuten maar niet meer dan 30 minuten dan hebben de ploegen het recht op een warming-up van in totaal 10 minuten. In deze 10 minuten is het inspelen aan het net inbegrepen.
  • Indien het spel door onvoorziene omstandigheden wordt onderbroken voor minimaal 30 minuten maar niet meer dan een uur dan hebben de ploegen het recht op een warming-up van in totaal 25 minuten. In deze 25 minuten is het inspelen aan het net inbegrepen.
  • Indien het spel na meer dan een uur hervat wordt, wordt met het normale wedstrijd  protocol begonnen met uitsluiting van die zaken die al eerder gedaan zijn. (voorstellen publiek e.d. ) .

In geval van één of meer spelonderbrekingen met een totale tijdsduur van niet meer dan vier uur wordt: bij hervatting van de wedstrijd op hetzelfde veld de onderbroken set normaal verder gespeeld (dezelfde stand, spelers en opstellingen); de resultaten van de reeds gespeelde sets blijven gehandhaafd; bij hervatting van de wedstrijd op een ander veld, wordt de onderbroken set vervallen verklaard; de set wordt overgespeeld met dezelfde ploegsamenstellingen en beginopstellingen; de resultaten van de reeds gespeelde sets blijven gehandhaafd.

In geval van één of meer spelonderbrekingen met een totale tijdsduur van meer dan vier uur wordt de gehele wedstrijd overgespeeld.
Commentaar.

  • Bij reglement kan voor de nationale en regiocom­petities een andere regeling worden vastgesteld

18

Pauzes en wisselen van speelhelft

 

18.1

 

Pauzes

Alle pauzes tussen de sets duren drie minuten. In dit tijdsbestek moet de wisseling van speelhelft plaatsvinden en moeten de opstellingen op het wedstrijdformulier worden genoteerd. De pauze tussen de tweede en de derde set kan op verzoek van de organisatie tot maximaal tien minuten worden verlengd door het bevoegd gezag.
Commentaar.

  • De pauze tussen alle sets duurt standaard 3 minuten, van fluitsignaal einde voorafgaande set tot fluitsignaal aanvang nieuwe set. Na 2,5 minuten fluit de tweede scheidsrechter dat de ploegen de speelvloer moeten betreden, zodat na controle e.d. de volgende set precies 3 minuten na afloop van de vorige weer kan aanvangen.
  • In de pauze tussen de sets mogen de spelers zonder daarvoor speciaal toestemming te vragen de speelruimte verlaten en zich daarbij ook aan het gezichtsveld van de scheidsrechters onttrekken

18.2

18.2.1

 

18.2.2

Wisseling van speelhelft

Behoudens in geval van een beslissende set wisselen de ploegen na elke set van speelhelft. De andere leden van de ploeg wisselen van spelersbank.

Zodra in de beslissende set één van de ploegen 8 punten heeft behaald, moet zonder oponthoud van speelhelft worden gewisseld. De opstelling van de spelers blijft onveranderd.

Als de wisseling van speelhelft niet op het juiste moment is uitgevoerd, moet zij plaats vinden zodra de vergissing wordt opgemerkt. De stand zoals die is op het moment van             wisselen van speelhelft blijft ongewijzigd.