De vereniging is verantwoordelijk voor de goede gang van zaken bij thuiswedstrijden. In geval van wangedrag door niet-NeVoBo-leden wordt de vereniging verantwoordelijk gesteld

De deelnemers moeten de beslissingen van de scheidsrechters sportief aanvaarden, zonder daarover in discussie te gaan. In geval van twijfel mag alleen via de aanvoerder in het veld opheldering worden gevraagd

Misdragingen zijn niet onderhevig aan maatregelen. Het is de taak van de eerste scheidsrechter te voorkomen dat er aan de ploegen maatregelen moeten worden opgelegd

Zoeken op de site

Laatste update

08-09-2010 15:46

Gedrag tijdens volleybal is gebonden aan regels en voorschriften

20

Voorschriften voor het gedrag

Commentaar:

  • De vereniging is verantwoordelijk voor de goede gang van zaken bij thuiswedstrijden. In geval van wangedrag door niet-NeVoBo-leden wordt de vereniging verantwoordelijk gesteld. Dit kan leiden tot strafvervolging tegen de vereniging.  

20.1

20.1.1

 

20.1.2

 

 

20.1.3

 

Sportief gedrag

De deelnemers moeten de "Officiële spelregels Volleybal" kennen en ze strikt nakomen.

De deelnemers moeten de beslissingen van de scheidsrechters sportief aanvaarden, zonder daarover in discussie te gaan. In geval van twijfel mag alleen via de aanvoerder in het veld opheldering worden gevraagd.

De deelnemers moeten zich onthouden van handelingen en gedra­gingen die tot doel hebben de beslissingen van de scheidsrechters te beïnvloeden of fouten van hun ploeg te verbergen. Commentaar.

  • Bij overtreding: er op wijzen dat het niet mag, er is nog geen strafbaar feit. Bij herhaling zou, als de scheidsrechter er zwaar aan tilt, regel 21.2.1 (minachting van de scheidsrechter) kunnen worden gehanteerd. 

20.2

20.2.1

 

 

 

 

20.2.2

Fair Play

De deelnemers moeten zich respectvol èn in de geest van "fair play" gedragen, niet alleen jegens de scheidsrechters, maar ook jegens andere officials, de tegenpartij, ploeggenoten en toeschouwers.
Commentaar.

  • Op grond van deze regel kan hinderlijk op de grond stampen op het moment dat een tegenstander zal gaan spelen met het (kennelijke) doel hem aan het schrikken te brengen, worden bestraft conform regel 21.1 of regel 21.2.

Gedurende de wedstrijd is communicatie tussen de leden van de ploeg toegestaan.

 

21

 

WANGEDRAG EN BIJBEHORENDE MAATREGELEN

 

21.1

 

Misdragingen
Misdragingen zijn niet onderhevig aan maatregelen. Het is de taak van de eerste scheidsrechter te voorkomen dat er aan de ploegen maatregelen moeten worden opgelegd. Dit doet hij door het geven van een waarschuwing (mondeling of door een teken met  de hand) aan een individuele speler van de ploeg of aan de gehele ploeg via de aanvoerder.  Deze waarschuwing is geen straf en heeft geen onmiddellijke gevolgen. Deze waarschuwing wordt niet genoteerd op het wedstrijdformulier.

Commentaar

  • De eerste scheidsechter kan aan elk individueel lid van een ploeg slechts éénmaal per wedstrijd een waarschuwing geven. Een vermanend gebaar of een mondelinge berisping behoort hier niet toe. Elk volgende vorm van  wangedrag van dat lid van die ploeg leidt tot een bestraffing. Indien de eerste scheidsrechter via de aanvoerder aan de gehele ploeg een waarschuwing heeft gegeven leidt elk volgende vorm van wangedrag, van welke lid van die  ploeg dan ook, tot een bestraffing.

21.2

 

 

21.2.1

 

21.2.2

 

21.2.3

Wangedrag dat leidt tot maatregelen
Incorrect gedrag door een lid van een ploeg jegens officials, tegenstanders, ploeggenoten of toeschouwers wordt,  afhankelijk van de ernst ervan, in drie groepen onder­ver­deeld:

onbehoorlijk gedrag: handelingen tegen de goede manieren of tegen de morele beginselen of blijk geven van minachting.

beledigend gedrag: lasterlijke en beledigende woorden en / of gebaren.

agressief gedrag: lichamelijk aanval of doelbewuste agressie.
Commentaar.

  • De maatregelen gelden per wedstrijd.
  • Een berisping of vermaning geven kan zeker wel om emotioneel gedrag, in de vuur van het spel, tegen zichzelf geuit, te bedaren. Echter provocerend gedrag, doelbewust geuit om een ander te kwetsen, moet meteen worden aangepakt.
  • Wanneer een coach of andere bankzitters een rode kaart krijgen, mogen zij hun functie niet meer uitoefenen en dienen zij in de strafruimte plaats te nemen. Bij een spelonderbreking mogen zij geen contact hebben met de veld- en wisselspelers

21.3

 

 

21.3.1

 

 

 

21.3.2 21.3.2.1

 

21.3.2.2

 

21.3.2.3

 

21.3.3 21.3.3.1

 

21.3.3.2

21.3.3.3

 

21.3.3.4

Tabel van maatregelen
Ter beoordeling van de eerste scheidsrechter en afhankelijk van de ernst van het wangedrag, worden de volgende maatregelen toegepast en genoteerd op het wedstrijdformulier:

BESTRAFFING
Voor de eerste maal vaststellen van onbehoorlijk gedrag in de wedstrijd door een lid van de ploeg, wordt bestraft als bij het verlies van de rally. Commentaar.

  • Leidt een bestraffing tot het toekennen van een punt aan de tegenpartij, dan moet dit punt op het wedstrijdformulier worden omcirkeld. Dit maakt het mogelijk om, zo nodig, achteraf te controleren of inderdaad een punt werd toegekend en bij welke stand.Zie ook: 6.3.1

UIT HET VELD STUREN
Een lid van een ploeg dat wordt bestraft met uit het veld sturen,
mag de rest van die set niet spelen en moet plaatsnemen in de strafruimte achter de spelersbanken zonder verdere gevolgen.

Een uit het veld gestuurde coach verliest in die set het recht als coach op te treden en moet plaatsnemen in de strafruimte achter de spelersbanken.
Commentaar.

  • Indien de assistent-coach zich voor de wedstrijd heeft gelegitimeerd, dan kan hij de taken van de coach overnemen. (zie hiervoor ook het commentaar bij regel 5.3.2)

Een eerste vorm van beledigend gedrag door een lid van de ploeg wordt bestraft met uit het veld sturen voor die set zonder verdere gevolgen; Het voor de tweede maal vaststellen van onbehoorlijk gedrag door hetzelfde lid van de ploeg tijdens dezelfde wedstrijd wordt bestraft met uit het veld sturen, zonder verdere gevolgen.

DISKWALIFICATIE
(uitsluiting voor de rest van de wedstrijd).
Het lid van de ploeg dat wordt bestraft met diskwalificatie moet de speelruimte en de directe ruimte bij en achter de spelersbanken voor de rest van de wedstrijd verlaten, zonder verdere gevolgen. Elke vorm van agressief gedrag wordt bestraft met diskwalificatie, zonder verdere gevolgen. Een tweede maal vaststellen van beledigend gedrag door hetzelfde lid van de ploeg in dezelfde wedstrijd wordt bestraft met  diskwalificatie, zonder verdere gevolgen. Het voor de derde maal vaststellen van onbehoorlijk gedrag door hetzelfde lid van de ploeg tijdens dezelfde wedstrijd wordt bestraft met diskwalificatie, zonder verdere gevolgen.

 
21.4

21.4.1

 

21.4.2

 

21.4.3


Toepassing van maatregelen bij wangedrag

Alle strafmaatregelen zijn individuele maatregelen, geldend voor de hele wedstrijd en worden genoteerd op het wedstrijdformulier.

Herhaling van wangedrag door hetzelfde lid van de ploeg in dezelfde wedstrijd wordt progressief bestraft. (Iedere volgende actie heeft een zwaardere straf voor de overtreder ten gevolge.)

Uit het veld sturen of diskwalificatie vanwege beledigend gedrag of agressie behoeft geen voorafgaande maatregel.

 

21.5

 

Wangedrag voor en tussen de sets
Elk wangedrag vóór of tussen de sets wordt bestraft overeenkomstig regel 21.3. De maatrege­len worden in de volgende set toegepast. Commentaar.

  • Indien na de wedstrijd nog wangedrag plaatsvindt, dan moet de scheidsrechter dat apart noteren. De Strafvervolgingscommissie beslist aan de hand van dit rapport of het wangedrag in directe relatie stond met de wedstrijd en dienovereenkomstig behandeld moet worden.
  • De maatregelen naar aanleiding van wangedrag voor of tussen de sets worden bij het begin van de eerstvolgende set toegepast. In geval van een bestraffing (gele kaart) is de gang van zaken dan als volgt: Een bestraffing in het kader van het rally-punt-systeem leidt automatisch tot het verlies van de eerste rally door de gestrafte ploeg. Dit houdt in dat de tegenpartij altijd met de score 1-0 en met de eerste opslag begint, ongeacht de bij de toss uit de bus gekomen keuzes ! Toch blijven deze toss en het daarna kiezen van de mogelijkheden van belang, ook als de bestraffing reeds voor de toss wordt gegeven. De toss en de daarna uitgesproken keuzes bepalen immers of de niet gestrafte ploeg al dan niet eerst een plaats moet doordraaien, alvorens de eerste opslag te mogen nemen, alsmede op welk veld beide ploegen voor de aanvang van de set moeten aantreden.
  • Bij wangedrag tussen de sets in toont de eerste scheidsrechter bij aanvang van de volgende set de betreffende kaart en past dan de maatregel en eventuele gevolgen toe.

21.6

Kaartgebruik bij maatregelen

  • Waarschuwing: mondeling of middels een handgebaar; geen kaartgebruik en geen vermelding op het wedstrijdformulier (m.u.v. waarschuwing wegens spelophouden – regel 16.2.1.2)
  • Bestraffing:                       GELE kaart
  • Uit het veld sturen:           RODE kaart
  • Diskwalificatie:                 GELE en RODE kaart                                            samen in één hand