|
5.1
5.1.1
5.1.2
5.1.2.1
5.1.2.2
5.1.2.3
5.1.3
5.1.3.1
5.1.3.2
|
AANVOERDER
Vóór de wedstrijd moet de officiële aanvoerder het wedstrijdformulier ondertekenen en zijn ploeg bij de toss
vertegenwoordigen.
Commentaar.
- In de regiocompetities komt het nogal eens voor dat de aanvoerder en de coach het wedstrijdformulier niet voor het begin van de wedstrijd ondertekenen. Op zichzelf is dit niet fout. Waar gesproken wordt over het niet meer mogen wijzigen van de ploegensamenstelling geldt dan dat dit niet meer mag geschieden na de controle van de spelersregistratie door de eerste scheidsrechter.
- Zie ook: commentaar Regel 25.2.1.1
Tijdens de wedstrijd treedt de officiële aanvoerder als
aanvoerder in het veld op als hij aan het spel deelneemt. Als de officiële aanvoerder niet aan het spel deelneemt, moet de coach of de officiële aanvoerder zelf een speler (maar niet de Libero) aanwijzen, die in het veld als aanvoerder optreedt. Deze aanvoerder in het veld blijft als zodanig verantwoordelijk tot hij wordt gewisseld of de officiële aanvoerder weer aan het spel deelneemt, dan wel de set is afgelopen. Als het spel dood is, mag alleen de aanvoerder in het veld zich tot de scheidsrechters wenden:
Hij mag uitleg vragen over toepassing of interpretatie van de spelregels. Hij mag ook de vragen en verzoeken van zijn ploeggenoten overbrengen. Als de verklaring hem niet bevredigt, moet hij dit direct aan de scheidsrechter kenbaar maken. Hierdoor behoudt hij het recht aan het einde van de wedstrijd een officieel protest op het wedstrijdformulier te vermelden.
Commentaar:
- Het gaat hierbij om de toepassing van spelregels, dus onderwerpen uit het spelregelboekje. Bezwaren tegen de toepassing van artikelen uit een reglement, bijv. het wedstrijdreglement, kunnen niet via een protestprocedure bij de Straf- en Protestcommissie kenbaar worden gemaakt. Deze bezwaren moeten op de daarvoor geldende wijze bij de betreffende instantie worden ingediend.
- Het hier bedoelde zich tot de eerste scheidsrechter wenden mag (conform de regel voor het aanvragen van time-outs en spelerswissels) alleen vóór het fluitsignaal voor opslag geschieden. Het stellen van een vraag aan de eerste scheidsrechter na dit fluitsignaal, maar nog voordat de serveerder de bal raakt (de bal is dan formeel gesproken nog uit het spel) is niet toegestaan omdat het zou leiden tot onderbreking van het tijdsbestek van acht seconden voor het nemen van de opslag en dus tot spelophouden.
- Het Reglement Straf-, Protest- en Beroepszaken geeft enkele aanvullende bepalingen m.b.t. het indienen van protesten.
- Bezwaren tegen techniekbeoordeling en waarnemingen (bijv. aanraken van het net, touché, in of uit) zijn niet voor protest vatbaar.
- Bezwaren tegen een scheidsrechterlijke beslissing moeten in het algemeen direct na de beslissing kenbaar worden gemaakt. De eerste scheidsrechter kan dan namelijk een eventuele fout nog herstellen. Soms blijkt pas later in de wedstrijd dat een bepaalde beslissing niet correct was, bijv. een fout bij een spelerswissel, een vergissing van de teller enz. In zo'n geval moet de ploeg direct na het constateren van de beslissing bezwaar maken en kan daarna aan het eind van de wedstrijd alsnog een officieel protest indienen
Hij mag toestemming vragen:
- al het materiaal of een deel ervan te vervangen;
- de opstelling van de ploegen te verifiëren;
- de vloer, het net, de bal, enz. te controleren.
Commentaar:
- De aanvoerder mag 1x per set toestemming vragen aan de tweede scheidsrechter om de opstelling van zijn ploeg te verifiëren. De scheidsrechter dient deze informatie dan te verstrekken. Dergelijke controles moeten kort, zakelijk en zonder discussies plaatsvinden. Indien hierbij door de scheidsrechter foutieve informatie wordt verstrekt aan de aanvoerder, zal, indien er verderop in de set consequenties volgen, de stand worden teruggedraaid tot op het moment van de bij de aanvraag gedane uitspraak. Alle gevolgen die daarna ontstaan zijn, zoals spelerswissels en time-outs, komen dan te vervallen behalve de technische time-out (eredivisie). Officiële waarschuwingen gegeven aan de ploeg en maatregelen die genomen zijn en genoteerd zijn in de tabel van maatregelen blijven gehandhaafd.
Twijfelt een aanvoerder of de tegenpartij wel in de goede opstelling staat, dan mag hij dit ook 1x per set vragen aan de tweede scheidsrechter. Diens antwoord dient zich dan te beperken tot het wel of niet goed staan van de tegenpartij.
Hij mag time-outs en spelerswissels aanvragen.
Na de wedstrijd:
Na de wedstrijd bedankt de officiële aanvoerder de scheidsrechters en ondertekent hij het wedstrijdformulier om daarmee het wedstrijdresultaat te bevestigen.
Commentaar:
- Het niet bedanken van de scheidsrechters door de aanvoerders na afloop van de wedstrijd is op zichzelf nog geen “onbehoorlijk gedrag” (regel 21.2.1). Slechts als het gepaard gaat met een andere vorm van wangedrag kan er een reden zijn om een strafmaatregel te nemen.
Hij mag dan ook, als hijzelf of de vervangende aanvoerder in het veld eerder aan de eerste scheidsrechter onvrede over een toepassing en/of interpretatie van de spelregels kenbaar maakte, dit als zodanig bevestigen en als een officieel protest op het wedstrijdformulier noteren.
Commentaar:
- Is de aanvoerder voor de lopende (laatste) set weggestuurd, dan mag hij de wedstrijd nog afsluiten door het wedstrijdformulier te ondertekenen. Is hij voor de rest van de wedstrijd uitgesloten, dan moet zijn vervanger dat doen. In dat geval moet duidelijk staan wie op dat moment de aanvoerdersrechten heeft. Dit dus duidelijk noteren bij “opmerkingen".
- Het verzoek een protestaantekening te maken moet worden gedaan voordat de eerste scheidsrechter aan het eind van de wedstrijd het wedstrijdformulier heeft ondertekend.
- De scheidsrechter is verplicht - ook als hij het er zelf niet mee eens is - een door een aanvoerder gewenst protest op het wedstrijdformulier te noteren. Mede omdat de door de aanvoerder gewenste bewoordingen van belang zijn, mag hij de aantekening ook door de aanvoerder zelf laten maken. Om rechtsgeldig te zijn moet uit deze notitie blijken, dat een protest in de zin van het Reglement Straf-, Protest- en Beroepszaken in de bedoeling ligt (dus bij voorkeur het woord protest gebruiken) en moet kort het onderwerp van de aangevochten beslissing worden vermeld.
- Het gebeurt wel eens dat een aanvoerder in de loop van de wedstrijd bezwaar maakt tegen een beslissing van de scheidsrechter en zegt te willen protesteren, maar daar aan het einde van de wedstrijd niet meer op terug komt. Het is dan aan te bevelen dat de eerste scheidsrechter de aanvoerder vraagt of hij al dan niet nog een protestaantekening wenst. Is het antwoord ontkennend, dan moet de aantekening achterwege blijven. Het is dus onjuist als een scheidsrechter in een dergelijk geval eigener beweging een protest noteert.
- Voor de verdere behandeling van het protest moet door het bestuur van de protesterende vereniging uiterlijk drie dagen na de wedstrijddag een toelichting aan de Straf- en Protestcommissie worden toegezonden.
|
|
5.2
5.2.1
5.2.2
5.2.3
5.2.3.1
5.2.3.2
5.2.3.3
5.2.3.4
|
COACH
Tijdens de gehele wedstrijd leidt de coach het spel van zijn
ploeg buiten het speelveld. Hij kiest de beginopstellingen en de spelerswissels en vraagt time-outs aan.
In deze functie is de tweede scheidsrechter de official, waarmee hij contact onderhoudt.
Commentaar.
- De combinatie aanvoerder-(assistent)coach is alleen toegestaan als dit voor de wedstrijd is afgesproken en heeft altijd betrekking op het aanvoerderschap in het veld.
- Als de eigenlijke coach in de loop van de wedstrijd weg moet en er is geen assistent-coach om hem te vervangen, mag de combinatie aanvoerder-coach alleen worden gemaakt als dat voor de wedstrijd is afgesproken.
- Ook een andere speler dan de aanvoerder kan coach zijn tijdens de wedstrijd. Hij dient zichzelf dan als coach voor te stellen voor de wedstrijd aan de scheidsrechters en als zodanig op het wedstrijdformulier worden vermeld. Gedurende de wedstrijd heeft hij, als hij niet in het veld staat, de rechten en plichten van de coach (hij moet bijv. op de spelersbank het dichtst bij de tellerstafel zitten). Staat deze speler in het veld, dan heeft hij geen rechten meer en is gewoon speler. Indien hij geen aanvoerder in het veld is, mag hij zich dan niet tot de scheidsrechter wenden om vragen te stellen, etc.
Voor de wedstrijd noteert of controleert de coach de namen en nummers van zijn spelers op het wedstrijdformulier. Daarna ondertekent hij dit formulier.
Commentaar:
- Zie ook: commentaar Regel 25.2.1.1
Tijdens de wedstrijd moet de coach:
voor iedere set het naar behoren ingevulde en ondertekende opstellingsbriefje aan de teller of de tweede scheidsrechter overhandigen;
Commentaar.
- Uiteraard mag ook de aanvoerder het wedstrijdformulier en de opstellingsbriefjes invullen. Dit behoeft niet per se door de coach te gebeuren. Het ondertekenen en inleveren is bindend.
- Indien na het inleveren van het ondertekende opstellingsbriefje discussie ontstaat over wie het opstellingsbriefje heeft ondertekend (de coach zegt dat hij het niet ondertekend heeft en wil een nieuw briefje invullen) moet de eerste scheidsrechter dit behandelen als misdraging en een officiële waarschuwing geven als dit de 1e keer is. De volgende keer wordt een maatregel voor onbehoorlijk gedrag opgelegd en wordt dit bestraft met verlies van rally (gele kaart).
- In de eredivisie moet de coach 2 opstellingsbriefjes per set invullen.
op de spelersbank zo dicht mogelijk bij de tellerstafel zitten; hij mag deze plaats verlaten;
time-outs en spelerswissels aanvragen;
evenals de andere leden van de ploeg aanwijzingen geven aan de spelers in het veld. De coach mag deze aanwijzingen ook geven als hij staat en als hij loopt binnen de vrije zone, vanaf het verlengde van de aanvalslijn tot aan de opwarmruimte zonder dat de wedstrijd verstoord of vertraagd wordt.
Commentaar:
- Zoals uit de tekst van deze regel blijkt, gaat het hierbij om de communicatie tussen de leden van de ploeg die niet aan het spel deelnemen (ploegbegeleiding en wisselspelers) naar de spelers in het veld. De communicatie tussen de eerstgenoemden onderling of de spelers in het veld onderling is niet in het geding. De spelers in het veld mogen elkaar uiteraard vrijelijk aanwijzingen e.d. geven.
- De coach mag lopend of staand voor de spelersbank aanwijzingen geven aan zijn ploeg, op voorwaarde dat hij de wedstrijd niet verstoort of vertraagt. Zijn ruimte bevindt zich tussen de spelersbank en de zijlijn. Deze ruimte strekt zich verder uit tot aan de opwarmruimte. Is deze opwarmruimte niet op de juiste plaats gelegen volgens tekening 1 van het spelregelboekje, dan eindigt die bij het einde der vrije zone van dezelfde tekening 1 òf bij het einde der ruimte in de zaal die de vrije ruimte begrenst.
- Loopt een speler, die een bal probeert terug te halen vanuit de vrije zone van de tegenpartij, tegen de coach van de tegenpartij op, dan geldt de regel van hinderen voor die coach gelijk als voor een speler van die partij. De eerste scheidsrechter beslist of dit hinderen opzettelijk gebeurde of niet.
Zo ja, dan geldt de regel 11.2.4. Teken is "touché", teken 24.
Zo niet, dan wordt er doorgespeeld en wordt die coach als een "dood object" beschouwd.
- Indien andere bankzitters opstaan (behalve bij een time-out), verliezen zij het recht om te communiceren met de spelers in het veld. Indien ze dit toch doen, dient de eerste scheidsrechter dit te bestraffen met een waarschuwing (als het de eerste keer is).
|
|
5.3
5.3.1
5.3.2
|
ASSISTENT-COACH
De assistent-coach zit op de spelersbank zonder dat hij
het recht heeft in te grijpen.
Als de coach zijn ploeg moet verlaten, mag de
assistent-coach op verzoek van de aanvoerder in het veld en na toestemming van de eerste scheidsrechter, diens functie overnemen.
Commentaar:
- In de nationale competitie kan de assistent-coach alleen dan de taak van de coach overnemen indien hij lid is van de NeVoBo. De regio's kunnen bij reglement voor de vervanging van de coach nadere regels vaststellen. Als de assistent-coach de taken van de coach overneemt moet hij aan de scheidsrechters worden voorgesteld en moet - in de nationale competitie - zijn kaart worden gecontroleerd. Als deze handelingen niet voor de wedstrijd zijn geschied, kunnen zij alleen in de pauze tussen twee sets plaatsvinden. Pas daarna mag betrokkene als coach optreden. Wil de ploeg het risico van een dergelijk tijdverlies voorkomen, dan kan zij de assistentcoach al voor de wedstrijd als zodanig bekend maken en - in de nationale competitie - zijn kaart te laten controleren.
- In de spelregels wordt gesproken over het feit dat de coach de ploeg ongewild moet verlaten. Hierbij kan gedacht worden aan b.v. een maatregel voor wangedrag of ziekte van de coach.
- De taak van de coach mag niet op vrijwillige basis (b.v. doordat de coach zelf gaat meespelen) worden overgenomen door de assistent coach.
- De assistent-coach kan ook speler zijn.
|