Volleybalvereniging Vedo'70 in Hoornaar, de gezelligste volleybal vereniging van de Alblasserwaard!

Vedo's volleybaluitslagen altijd up-to-date! Volleybaluitslagen van alle wedstrijden in de competitie van de NeVoBo Zuid-West

Volleybalvereniging Vedo'70 volleybalteams, spelregels, volleybal uitleg en volleybaltrainingen

Volleybal is een teamsport voor jong en oud! Kom eens kijken bij volleybalvereniging Vedo'70!

Kom eens volleyballen op proef bij Vedo'70 in Hoornaar. De eerste 4 weken gratis trainen!

Lees de laatste volleybal wedstrijdverslagen van volleybalvereniging Vedo uit Hoornaar!

Zoeken op de site

Laatste update

05-09-2010 13:57

Deelnemers binnen het volleybal, spelers, aanvoerders, coaches en andere

4

PLOEGEN


4.1

4.1.1

 

 

 

 

 

 

 

 

4.1.2

 

4.1.3

 
Samenstelling

Een ploeg mag bestaan uit ten hoogste twaalf spelers, een coach, een assistent-coach, een verzorger en een arts.
Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB moet
de arts tevoren door de FIVB middels een licentie zijn erkend.
Commentaar.

  • De coach en de aanvoerder zijn verantwoordelijk voor de identiteit en de speelgerechtigheid van de spelers, zowel wat betreft hun naam als hun nummer. Zij bekrachtigen dit door hun handtekening voorafgaande aan de wedstrijd op het wedstrijdformulier.
  • De naam van de assistent-coach behoeft (m.u.v. de eredivisie) niet voor de wedstrijd op het wedstrijdformulier te worden genoteerd. Omdat hij in de wedstrijd een functie (nl. die van coach) mag gaan vervullen en op de spelersbank mag gaan zitten, moet hij wel aan de eerste scheidsrechter bekend worden gemaakt.
  • In de nationale competitie moet van de ploegbegeleiding de coach te allen tijde lid van de NeVoBo zijn. Voor de overige begeleiders geldt deze verplichting niet (m.u.v. de eredivisie).
  • In de Nederlandse competitie mogen maximaal vier personen van het begleidingsteam op de bank zitten (uitgezonderd de spelers).

Eén van de spelers (niet de Libero) treedt op als officiële aanvoerder en moet als zodanig op het wedstrijdformulier worden vermeld.

Alleen de spelers, die op het wedstrijdformulier zijn vermeld, mogen het speelveld betreden en de wedstrijd spelen. Na ondertekening van het wedstrijdformulier door de coach en de aanvoerder mag de samenstelling van de ploeg niet meer worden gewijzigd.
Commentaar.

  • Direct na de toss tekenen de officiële aanvoerders en de coaches het wedstrijdformulier en worden de niet ingevulde regels van de spelerskolom (inclusief die van de Libero) afgesloten met een “X” of “Z”. Het is dan niet meer toegestaan de naam van een speler op het wedstrijdformulier bij te schrij­ven.
  • Speelgerechtigdheid in de zin van wie wel en wie niet als speler op het wedstrijdformulier mogen worden genoteerd is een zaak van de reglementen, niet van de spelregels. Bezwaren in dit verband moeten dus aanhangig worden gemaakt bij de wedstrijdorganisatie, niet bij de Nationale Straf-, Protest- en Beroepscommis­sie.
  • Alleen personen die daadwerkelijk als basis- of wisselspeler aan het spel kunnen deelnemen, kunnen als "speler" worden beschouwd. Iemand van wie vóór de wedstrijd al vast staat dat hij - bijv. wegens een gipsverband - zonodig toch niet als wisselspeler kan optreden, mag dus niet als speler op het wedstrijdformu­lier worden geregistreerd en mag tijdens de wedstrijd ook niet op de spelersbank gaan zitten. Uiteraard kan hij wel als coach, assistent-coach, verzorger of arts fungeren.
  • Iemand die niet op het wedstrijdformulier staat, is niet  gerechtigd aan het spel deel te nemen. Iemand die wel op het wedstrijdformulier is genoteerd, maar bij het begin van de wedstrijd nog niet aanwezig is, mag pas aan het spel deelnemen nadat hij tussen de sets in "aanwezig" is gemeld en hierbij voor hem de controle persoon-kaart-wedstrijdformulier heeft plaatsgevonden.
          Een aanvraag voor een spelerswissel waarbij deze speler is betrokken, moet worden aangemerkt als een aanvraag voor een "onreglementaire" spelerswissel en dus in overeenstemming met regel 16.2 ("spelophouden")worden bestraft.
  • Is iemand die niet op het wedstrijdformulier is genoteerd op enigerlei wijze reeds als speler in het veld gekomen, dan moet de scheidsrechter hiertegen overeenkom­stig regel 15.9.2 optreden.
    Het bovenstaande geldt ook als het een spelerswissel betreft die in verband met een blessure nodig zou zijn.
  • Een later binnenkomende coach mag pas als zodanig optreden nadat tussen twee sets is gecontroleerd dat zijn naam op het wedstrijdformulier staat en (in de nationale competitie) dat hij lid van de NeVoBo is.
  • Een assistent-coach behoeft in de nationale competitie (uitgezonderd de eredivisie) pas aan te tonen dat hij NeVoBo-lid is zodra hij coach wordt.
  • Met name in de lagere klassen komt het soms voor dat een vereniging iemand die op veld A meespeelt of reserve is, achter de hand wil houden als (wissel)speler bij de wedstrijd op veld B en zodoende beide ploegen compleet wil krijgen of houden. De spelregels gaan er echter van uit, dat tijdens een wedstrijd alle (wissel)spelers op of nabij het speelveld blijven en dus in feite slechts bij 1 wedstrijd effectief betrokken kunnen zijn, met andere woorden: onder de jurisdictie van die scheidsrechter zijn en blijven. Wil een speler voor een sanitaire stop of andere reden even naar de kleedkamer, dan mag dat. Hij behoeft dat niet te vragen aan één van beide scheidsrechters. Betrok­kene moet direct daarna terugkomen.
  • Voor het probleem van de speler die men eigenlijk graag op meer dan 1veld zou willen inzetten, is er (hoewel een dergelijke situatie eigenlijk minder wenselijk is) een praktische oplossing:
    • De naam van de betreffende speler wordt tijdig op de wedstrijdformulieren van beide wedstrijden genoteerd.
    • Hij is aanwezig op veld A. Daar wordt zijn kaart gecontroleerd zodat hij zonder meer in die wedstrijd mee mag spelen.
    • Is hij bij de andere wedstrijd nodig, dan moet hij op veld A worden afgemeld.
    • Hij gaat naar veld B en wordt daar voor het begin van de 1e set, of tussen twee sets in, aanwezig gemeld waarbij de kaartcontrole kan plaatsvinden. Hierna mag hij bij die wedstrijd op veld B worden ingezet.
    • Weer teruggaan naar veld A, om daar kortere of langere tijd te gaan meespelen, is niet meer toegestaan. Pendelen tussen twee wedstrijden mag dus niet. Het weggaan bij wedstrijd A houdt in wezen in: daar niet meer meespelen.
  • Een kennelijke schrijffout bij het noteren van de spelers op het wedstrijdformulier mag achteraf, zonder gevolgen, worden hersteld.
  • De Bondsraad heeft voorschriften vastgesteld met betrekking tot het zich kunnen legitimeren door coaches in de nationale competitie. Op regioniveau is dit een zaak van de regioreglementen.      

4.2

4.2.1

 



4.2.2

 

4.2.3

4.2.3.1

4.2.3.2

 

 

 





4.2.4

 

PLAATS VAN DE PLOEG

De spelers die niet aan het spel deelnemen moeten op hun spelersbank zitten of in hun opwarmru­imte zijn. De coach en de andere leden van de ploeg moeten op hun spelersbank zitten, maar mogen deze tijdelijk verlaten. De spelersbanken staan buiten de vrije zone naast de tellerstafel.

Alleen de leden van de ploeg mogen tijdens de wedstrijd op de spelersbank zitten en aan de opwarmactiviteiten deelnemen.

De spelers die niet aan het spel deelnemen mogen zich zonder daarbij ballen te gebruiken: tijdens het spel warm maken in hun opwarmruimte tijdens time-outs warm maken in de vrije zone achter het speelveld
Commentaar.

  • De wedstrijdballen mogen in de pauzes NIET gebruikt worden voor het zich warm maken.
  • regel 1.4.4.; het zich warm maken van wisselspelers moet door de scheidsrechters kunnen worden gecontroleerd en moet voor hen dus waarneembaar blijven. Warm maken in een andere zaal, achter een veldafscheiding of iets dergelijks, is dus niet toegestaan.
  • Is het warm maken niet binnen de minimaal verplichte vrije  zone mogelijk, dan moet de scheidsrechter situatief bezien waar dit dan het minst hinderlijk kan geschieden. Het warm maken tijdens een set geheel verbieden is, in verband met de kans op het ontstaan van blessures, ongewenst. Alleen in extreme gevallen zal de scheidsrechter het dus helemaal verbieden.

In de pauzes tussen de sets mogen de spelers zich warm maken met volleyballen in de vrije zone.

 

4.3

4.3.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

4.3.2

 

 

 

4.3.3

4.3.3.1

 

4.3.3.2

 

 

 

 

 

 

 

 
 


4.3.4

 

 

 

 

4.3.5

 

DE UITRUSTING

De kleding van de spelers bestaat uit een shirt, korte broek, sokken en sportschoenen.

De kleur en het ontwerp van de shirts, korte broeken en sokken moeten per ploeg tijdens de wedstrijd uniform (m.u.v. de Libero) en schoon zijn.
Commentaar.

  • Het dragen van een hoofddeksel is niet toegestaan. Een haarband of iets dergelijks wordt niet als een hoofddeksel beschouwd. Een  uitzondering wordt gemaakt voor het spelen met een “Charda” (hoofddoekje) en lange broek indien de speelster moslima is. De lange broek moet voldoen aan de bestaande kledingsvoorschriften m.b.t. het wedstrijduniform (kleur en nummer).
  • Steunbanden om het middel e.d. moeten onder de speelkleding worden gedragen.
  • De wedstrijdreglementen bevatten administratieve maatregelen voor het spelen in niet-uniforme kleding enz. Dit houdt in dat men wel mee mag spelen, maar dat de scheidsrechter e.e.a. moet noteren. Dit ligt ook in de algemene lijn dat een wedstrijd als het enigszins kan door moet gaan.

De schoenen moeten licht en soepel zijn, met zolen van rubber of leer en zonder hakken.
Bij de wereldcompetities en officiële competities van de FIVB is het niet toegestaan te spelen op schoenen met zwarte zolen die afgeven. De shirts en korte broeken moeten voldoen aan de voorschriften van de FIVB.

De shirts van de spelers moeten genummerd zijn van 1 tot en
met 18. De nummers moeten aan de borst- en rugzijde midden op het shirt zijn aangebracht. De kleur en de helderheid van de nummers moeten contrasteren met de kleur en helderheid van de shirts.
De hoogte van de borstnummers moet tenminste 15cm zijn, die van de rugnummers tenminste 20cm. De breedte van het lint, waarvan de nummers zijn gemaakt, moet tenminste 2 cm zijn.
Voor wereldcompetities en officiële competities van de FIVB moet
het spelersnummer herhaald worden op de rechterzijde van de
broek. Het nummer moet 4-6cm hoog zijn en minimaal 1cm breed.
Commentaar.

  • Voor de Nederlandse competitie mag in een vereniging worden        doorgenummerd om te voorko­men dat in één ploeg twee spelers hetzelfde nummer hebben. Het is niet toegestaan hoger te nummeren dan 99. In de eredivisie moeten echter de nummers 1 t/m 18 worden gebruikt.
  • Het is voor de scheidsrechters en de tegenpartij erg onaangenaam als spelers geen rug- en borstnummers hebben. In zo'n situatie moet dus worden getracht hierin provisorisch te voorzien. Lukt dit niet dan moet de scheidsrechter (onder vermelding van e.e.a. op het wedstrijdformulier) betrokkene(n) wel mee laten spelen. Heeft echter een gehele ploeg geen rug- en borstnummers, dan moet die ploeg worden gesommeerd - op straffe van in gebreke te worden gesteld – dat zij kleding draagt mét nummers.
  • Bij de spelersregistratie op het wedstrijdformulier moeten de shirtnummers worden genoteerd, zoals de spelers die werkelijk (zullen) dragen. Dit is de verantwoordelijkheid van de aanvoerder en de coach. Wordt bij controle van de opstelling in het veld vastgesteld dat spelers onderling van shirt hebben gewisseld, dan moet de opstelling die op het       opstellingsbriefje is genoteerd als dwingend worden aangemerkt. De feitelijke shirtnummers van de spelers zijn hierbij maatgevend. De spelers wisselen dus niet van shirt. De spelersregistratie is bindend.
  • De rug- en borstnummers moeten voor de scheidsrechter duidelijk waarneembaar zijn.

De officiële aanvoerder moet onder zijn borstnummer een bandje van 8cm bij 2cm hebben.
Commentaar.

  • In de Nederlandse competitie (m.u.v. de eredivisie) is het dragen van             een markeringsstreepje onder het borstnummer van de aanvoerder niet verplicht.
  • Het markeringsstreepje voor de aanvoerder in de eredivisie moet op een zodanige wijze bevestigd zijn dat het duidelijk zichtbaar is en de gehele wedstrijd vast blijft zitten.

Het is verboden kleding zonder de voorgeschreven nummers of met een van de andere spelers afwijkende kleur te dragen (uitgezonderd de Libero).

 

4.4

 

4.4.1

 

4.4.2

 

4.4.3

 

VERANDERINGEN VAN DE UITRUSTING
De eerste scheidsrechter kan één of meer spelers toestaan:
blootsvoets te spelen; tijdens wereldcompetities en officiële
competities van de FIVB is dit verboden

tussen twee sets of na een spelerswissel natte of beschadigde kleding te verwisselen, mits de nieuwe kleding ook uniform en identiek genummerd is;

bij lage temperaturen in trainingspakken te spelen, mits deze
voor de gehele ploeg uniform zijn en overeenkomstig regel
4.3.3 genummerd zijn (uitgezonderd de Libero).
Commentaar.

  • De Libero dient dan een trainingspak van afwijkende kleur / uitvoering te dragen. Ook dit trainingspak moet overeenkomstig artikel 4.3.3 genummerd zijn.

4.5

4.5.1

 

 

 

 

 

 

 
4.5.2

VERBODEN VOORWERPEN

Het is verboden voorwerpen te dragen die een verwonding
kunnen veroorzaken of de speler kunstmatig voordeel kunnen verschaffen.
Commentaar.

  • Het dragen van knie-, hand-, duimbeschermers e.d. is niet verboden.
  • Indien een speler een ring draagt die niet kan worden verwijderd, dient de scheidsrechter deze dusdanig in te laten tapen, dat deze geen verwondingen kan toebrengen aan mede- of tegenspelers, en zowel de speler als de coach erop attent te maken dat de eventuele gevolgen geheel voor de speler zijn. De eerste scheidsrechter dient voorafgaand aan de wedstrijd dit als aantekening op het wedstrijdformulier te noteren en te laten paraferen door de aanvoerder en de speler van de betreffende ploeg.

De spelers mogen voor eigen risico bril of contactlenzen dragen.
Commentaar.

  • Indien een speler zijn bril verliest tijdens het spel dient de eerste scheidsrechter of de tweede scheidsrechter de aan de gangzijnde rally af te fluiten als de bril gevaar oplevert voor de spelers. 
  • Het verlies van een contactlens is volledig voor risico van de betreffende speler.

5

PLOEGLEIDERS
De officiële aanvoerder en coach zijn beiden verantwoordelijk
voor het gedrag en de discipline van de leden van hun ploeg. De Libero kan niet de officiële aanvoerder zijn.

 

5.1

5.1.1

 

 

 

 

 

 5.1.2

 

 

  

5.1.2.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

5.1.2.2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



5.1.2.3

5.1.3
5.1.3.1

 

 

 

 

5.1.3.2

 

AANVOERDER

Vóór de wedstrijd moet de officiële aanvoerder het wedstrijdformulier ondertekenen en zijn ploeg bij de toss
vertegenwoordigen.
Commentaar.

  • In de regiocompetities komt het nogal eens voor dat de aanvoerder en de coach het wedstrijdformulier niet voor het begin van de wedstrijd ondertekenen. Op zichzelf is dit niet fout. Waar gesproken wordt over het niet meer mogen wijzigen van de ploegensamenstelling geldt dan dat dit niet meer mag geschieden na de controle van de spelersregistratie door de eerste scheidsrechter.
  • Zie ook: commentaar Regel 25.2.1.1

Tijdens de wedstrijd treedt de officiële aanvoerder als
aanvoerder in het veld op als hij aan het spel deelneemt. Als de officiële aanvoerder niet aan het spel deelneemt, moet de coach of de officiële aanvoerder zelf een speler (maar niet de Libero) aanwijzen, die in het veld als aanvoerder optreedt. Deze aanvoerder in het veld blijft als zodanig verantwoordelijk tot hij wordt gewisseld of de officiële aanvoerder weer aan het spel deelneemt, dan wel de set is afgelopen. Als het spel dood is, mag alleen de aanvoerder in het veld zich tot de scheidsrechters wenden:
Hij mag uitleg vragen over toepassing of interpretatie van de spelregels. Hij mag ook de vragen en verzoeken van zijn ploeggenoten overbrengen. Als de verklaring hem niet bevredigt, moet hij dit direct aan de scheidsrechter kenbaar maken. Hierdoor behoudt hij het recht aan het einde van de wedstrijd een officieel protest op het  wedstrijdformulier te vermelden.
Commentaar:

  • Het gaat hierbij om de toepassing van spelregels, dus onderwerpen uit het spelregelboekje. Bezwaren tegen de toepassing van artikelen uit een reglement, bijv. het        wedstrijdreglement, kunnen niet via een protestprocedure bij de Straf- en Protestcommissie kenbaar worden gemaakt. Deze bezwaren moeten op de daarvoor geldende wijze bij de betreffende instantie worden ingediend.
  • Het hier bedoelde zich tot de eerste scheidsrechter wenden mag (conform de regel voor het aanvragen van time-outs en spelerswissels) alleen vóór het fluitsignaal voor opslag geschieden. Het stellen van een vraag aan de eerste scheidsrechter na dit fluitsignaal, maar nog voordat de serveerder de bal raakt (de bal is dan formeel gesproken nog uit het spel) is niet toegestaan omdat het zou leiden tot onderbreking van het tijdsbestek van acht seconden voor het nemen van de opslag en dus tot spelophouden.
  • Het Reglement Straf-, Protest- en Beroepszaken geeft  enkele aanvullende bepalingen m.b.t. het indienen van protesten.
    • Bezwaren tegen techniekbeoordeling en waarnemingen (bijv. aanraken van het net, touché, in of uit) zijn niet voor protest vatbaar.
    • Bezwaren tegen een scheidsrechterlijke             beslissing moeten in het algemeen direct na de beslissing kenbaar worden gemaakt. De eerste scheidsrechter kan dan namelijk een eventuele fout nog herstellen. Soms blijkt pas later in de wedstrijd dat een bepaalde beslissing niet correct was, bijv. een fout bij een spelerswissel, een vergissing van de teller enz. In zo'n geval moet de ploeg direct na het constateren van de beslissing bezwaar maken en kan daarna aan het eind van de wedstrijd alsnog een officieel protest indienen

Hij mag toestemming vragen:

      • al het materiaal of een deel ervan te vervangen;
      • de opstelling van de ploegen te verifiëren;
      • de vloer, het net, de bal, enz. te controleren.

Commentaar:

  • De aanvoerder mag 1x per set toestemming vragen aan de tweede scheidsrechter om de opstelling van zijn ploeg te verifiëren. De scheidsrechter dient deze informatie dan te verstrekken. Dergelijke controles moeten kort, zakelijk en zonder discussies plaatsvinden. Indien hierbij door de scheidsrechter foutieve informatie wordt verstrekt aan de aanvoerder, zal, indien er verderop in de set consequenties volgen, de stand worden teruggedraaid tot op het moment van de bij de aanvraag gedane uitspraak. Alle gevolgen die daarna ontstaan zijn, zoals spelerswissels en time-outs,   komen dan te vervallen behalve de technische time-out (eredivisie). Officiële waarschuwingen gegeven aan de ploeg en maatregelen die genomen zijn en genoteerd zijn in de tabel van maatregelen blijven gehandhaafd.
    Twijfelt een aanvoerder of de tegenpartij wel in de goede opstelling staat, dan mag hij dit ook 1x per set vragen aan de tweede scheidsrechter. Diens antwoord dient zich dan te beperken tot het wel of niet goed staan van de tegenpartij
    .


Hij mag time-outs en spelerswissels aanvragen.

Na de wedstrijd:
Na de wedstrijd bedankt de officiële aanvoerder de scheidsrechters en ondertekent hij het wedstrijdformulier om daarmee het wedstrijdresultaat te bevestigen.
Commentaar:

  • Het niet bedanken van de scheidsrechters door de aanvoerders na afloop van de wedstrijd is op zichzelf nog geen “onbehoorlijk gedrag” (regel 21.2.1). Slechts als het gepaard gaat met een andere vorm van wangedrag kan er een reden zijn om een strafmaatregel te nemen.

Hij mag dan ook, als hijzelf of de vervangende aanvoerder in het veld eerder aan de eerste scheidsrechter onvrede over een toepassing en/of interpretatie van de spelregels kenbaar maakte, dit als zodanig bevestigen en als een officieel protest op het wedstrijdformulier noteren.
Commentaar:

  • Is de aanvoerder voor de lopende (laatste) set weggestuurd, dan mag hij de wedstrijd nog afsluiten door het wedstrijdformulier te ondertekenen. Is hij voor de rest van de wedstrijd uitgesloten, dan moet zijn vervanger dat doen. In dat geval moet duidelijk         staan wie op dat moment de aanvoerdersrechten         heeft. Dit dus duidelijk noteren bij “opmerkingen".
  • Het verzoek een protestaantekening te maken moet worden gedaan voordat de eerste scheidsrechter aan het eind van de wedstrijd het wedstrijdformulier heeft ondertekend.
  • De scheidsrechter is verplicht - ook als hij het er zelf niet mee eens is - een door een aanvoerder gewenst protest op het wedstrijdformulier te noteren. Mede omdat de door de aanvoerder gewenste bewoordingen van belang zijn, mag hij de aantekening ook door de aanvoerder zelf laten maken. Om rechtsgeldig te zijn moet uit deze notitie blijken, dat een protest in de zin van het Reglement Straf-, Protest- en Beroepszaken in de bedoeling ligt (dus bij voorkeur het woord protest gebruiken) en moet kort het onderwerp van de aangevochten beslissing worden vermeld.
  • Het gebeurt wel eens dat een aanvoerder in de loop van de wedstrijd bezwaar maakt tegen een beslissing van de scheidsrechter en zegt te willen protesteren, maar daar aan het einde van de wedstrijd niet meer op terug komt. Het is dan aan te bevelen dat de eerste scheidsrechter de aanvoerder vraagt of hij al dan niet nog een protestaantekening wenst. Is het antwoord ontkennend, dan moet de aantekening achterwege                   blijven. Het is dus onjuist als een scheidsrechter in een   dergelijk geval eigener beweging een protest noteert.
  • Voor de verdere behandeling van het protest moet door het bestuur van de protesterende vereniging uiterlijk       drie dagen na de wedstrijddag een toelichting aan de Straf- en Protestcommissie worden toegezonden.

5.2

5.2.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5.2.2

 

 

5.2.3
5.2.3.1

 

 

 

 

 

 

 

 5.2.3.2

5.2.3.3
5.2.3.4

COACH

Tijdens de gehele wedstrijd leidt de coach het spel van zijn
ploeg buiten het speelveld. Hij kiest de beginopstellingen en de spelerswissels en vraagt time-outs aan.
In deze functie is de tweede scheidsrechter de official, waarmee hij contact onder­houdt.
Commentaar.

  • De combinatie aanvoerder-(assistent)coach is alleen toegestaan als dit voor de wedstrijd is afgesproken en heeft altijd betrekking op het aanvoerderschap in het veld.
  • Als de eigenlijke coach in de loop van de wedstrijd weg moet en er is geen assistent-coach om hem te vervangen, mag de combinatie aanvoerder-coach alleen worden gemaakt als dat voor de wedstrijd is afgesproken.
  • Ook een andere speler dan de aanvoerder kan coach zijn tijdens de wedstrijd. Hij dient zichzelf dan als coach voor te stellen voor de wedstrijd aan de scheidsrechters en als zodanig op het wedstrijdformulier worden vermeld. Gedurende de wedstrijd heeft hij, als hij niet in het veld staat, de rechten en plichten van de coach (hij moet bijv. op de spelersbank het dichtst bij de tellerstafel zitten). Staat deze speler in het veld, dan heeft hij geen rechten meer en is gewoon speler. Indien hij geen aanvoerder in het veld is, mag hij zich dan niet tot de scheidsrechter wenden om vragen te stellen, etc.

Voor de wedstrijd noteert of controleert de coach de namen en nummers van zijn spelers op het wedstrijdformulier. Daarna ondertekent hij dit formulier.
Commentaar:

  • Zie ook:  commentaar Regel 25.2.1.1

Tijdens de wedstrijd moet de coach:
voor iedere set het naar behoren ingevulde en ondertekende opstellingsbriefje aan de teller of de tweede scheidsrechter overhandigen;
Commentaar.

  • Uiteraard mag ook de aanvoerder het wedstrijdformulier en de opstellingsbriefjes invullen. Dit behoeft niet per se door de coach te gebeuren. Het ondertekenen en inleveren is bindend.
  • Indien na het inleveren van het ondertekende                   opstellingsbriefje discussie ontstaat over wie het opstellingsbriefje heeft ondertekend (de coach zegt dat hij het niet ondertekend heeft en wil een nieuw briefje invullen) moet de eerste scheidsrechter dit behandelen als misdraging en een officiële waarschuwing geven als dit de 1e keer is. De volgende keer wordt een maatregel voor onbehoorlijk gedrag opgelegd en wordt dit bestraft met verlies van rally (gele kaart).
  • In de eredivisie moet de coach 2 opstellingsbriefjes per set invullen.

op de spelersbank zo dicht mogelijk bij de tellerstafel zitten; hij mag deze plaats verlaten;
time-outs en spelerswissels aanvragen;
evenals de andere leden van de ploeg aanwijzingen geven aan de spelers in het veld. De coach mag deze aanwijzingen ook geven als hij staat en als hij loopt binnen de vrije zone,  vanaf het verlengde van de aanvalslijn  tot aan de opwarmruimte zonder dat de wedstrijd verstoord of vertraagd wordt.
Commentaar:

  • Zoals uit de tekst van deze regel blijkt, gaat het hierbij om de communicatie tussen de leden van de ploeg die niet aan het spel deelnemen (ploegbegeleiding en wisselspelers) naar de spelers in het veld. De communica­tie tussen de eerstgenoemden onderling of de spelers in het veld onderling is niet in het geding. De spelers in het veld mogen elkaar uiteraard vrijelijk aanwijzingen e.d. geven.
  • De coach mag lopend of staand voor de spelersbank aanwijzingen geven aan zijn ploeg, op voorwaarde dat hij de wedstrijd niet verstoort of vertraagt. Zijn ruimte bevindt zich tussen de spelersbank en de zijlijn. Deze ruimte strekt zich verder uit tot aan de opwarmruimte. Is deze opwarmruimte niet op de juiste plaats gelegen volgens  tekening 1 van het spelregelboekje, dan eindigt  die bij het einde der vrije zone van dezelfde tekening 1 òf bij het einde der ruimte in de zaal die de vrije ruimte begrenst.
  • Loopt een speler, die een bal probeert terug te halen vanuit de vrije zone van de tegenpartij, tegen de coach van de tegenpartij op, dan geldt de regel van hinderen voor die coach gelijk als voor een speler van die partij. De eerste scheidsrechter beslist of dit hinderen opzettelijk gebeurde of niet.
    Zo ja, dan geldt de regel 11.2.4. Teken is "touché", teken 24.
    Zo niet, dan wordt er doorgespeeld en wordt die coach als een "dood object" beschouwd.
  • Indien andere bankzitters opstaan (behalve bij een time-out), verliezen zij het recht om te communiceren met de spelers in het veld. Indien ze dit toch doen, dient de eerste scheidsrechter dit te bestraffen met een waarschuwing (als het de eerste keer is).

5.3

5.3.1

 

5.3.2

ASSISTENT-COACH

De assistent-coach zit op de spelersbank zonder dat hij
het recht heeft in te grijpen.

Als de coach zijn ploeg moet verlaten, mag de
assistent-coach op verzoek van de aanvoerder in het veld en na toestemming van de eerste scheidsrechter, diens functie overnemen.
Commentaar:

  • In de nationale competitie kan de assistent-coach alleen dan de taak van de coach overnemen indien hij lid is van de NeVoBo. De regio's kunnen bij reglement voor de vervanging van de coach nadere regels vaststellen. Als de assistent-coach de taken van de coach overneemt moet hij aan de scheidsrechters worden voorgesteld en moet - in de nationale competitie - zijn kaart worden gecontroleerd. Als deze handelingen niet voor de wedstrijd zijn geschied, kunnen zij alleen in de pauze tussen twee sets plaatsvinden. Pas daarna mag betrokkene als coach optreden. Wil de ploeg het risico van een dergelijk tijdverlies voorkomen, dan kan zij de assistentcoach al voor de wedstrijd als zodanig bekend maken en - in de nationale competitie - zijn kaart te laten controleren.
  • In de spelregels wordt gesproken over het feit dat de coach de ploeg ongewild moet verlaten. Hierbij kan gedacht worden aan b.v. een maatregel voor wangedrag of ziekte van de coach.
  • De taak van de coach mag niet op vrijwillige basis (b.v. doordat de coach zelf gaat meespelen) worden overgenomen door de assistent coach.
  • De assistent-coach kan ook speler zijn.